BWBR0011576
Geldig vanaf 2000-09-09
Artikel 10
Richtlijn jaarverslaggeving hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
1. Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheden van de instelling al of niet duurzaam te dienen.
2. Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, materiële en financiële vaste activa.
3. Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, vorderingen, effecten en liquide middelen.
4. Onder de passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de egalisatierekening investeringssubsidies, de voorzieningen, de langlopende schulden en de kortlopende schulden.
2. Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, materiële en financiële vaste activa.
3. Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, vorderingen, effecten en liquide middelen.
4. Onder de passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de egalisatierekening investeringssubsidies, de voorzieningen, de langlopende schulden en de kortlopende schulden.