BWBR0010529
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 6
Besluit Raad voor de Transportveiligheid
Tot de melding, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet, zijn verplicht:
a. in geval van een luchtvaartongeval of een ernstig incident op of boven Nederlands grondgebied met inbegrip van de territoriale zee: de gezagvoerder en de exploitant van een luchtvaartuig dat betrokken is bij het ongeval of het ernstige incident, en de betrokken luchtverkeersdienst;
b. in geval van een luchtvaartongeval of een ernstig incident op of in de nabijheid van een in Nederland gelegen luchtvaartterrein: naast de personen, genoemd onder a, de betrokken havenmeester;
c. in geval van een luchtvaartongeval of een ernstig incident met een Nederlands luchtvaartuig boven volle zee of in het buitenland: de gezagvoerder en de exploitant van het luchtvaartuig;
d. in geval van een scheepvaartongeval als bedoeld in artikel 3, derde lid, aanhef en onder a en d, van de wet: de kapitein en de exploitant van een schip dat betrokken is bij het ongeval, en de daartoe door het bevoegde gezag, bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet, aangewezen personen werkzaam bij de desbetreffende scheepvaartbegeleidingsdienst;
e. in geval van een scheepvaartongeval met een Nederlands zeeschip in wateren buiten de Nederlandse jurisdictie: de kapitein en de exploitant van het schip;
f. in geval van een spoorwegongeval in Nederland: de bestuurder van een spoorvoertuig dat betrokken is bij het ongeval en de exploitant van een dergelijk voertuig, de betrokken verkeersleiding en de betrokken beheerder van de betrokken spoorweg of daarmee vergelijkbare geleider;
g. in geval van een buisleidingongeval in Nederland: de exploitant van een buisleiding die betrokken is bij het ongeval.
a. in geval van een luchtvaartongeval of een ernstig incident op of boven Nederlands grondgebied met inbegrip van de territoriale zee: de gezagvoerder en de exploitant van een luchtvaartuig dat betrokken is bij het ongeval of het ernstige incident, en de betrokken luchtverkeersdienst;
b. in geval van een luchtvaartongeval of een ernstig incident op of in de nabijheid van een in Nederland gelegen luchtvaartterrein: naast de personen, genoemd onder a, de betrokken havenmeester;
c. in geval van een luchtvaartongeval of een ernstig incident met een Nederlands luchtvaartuig boven volle zee of in het buitenland: de gezagvoerder en de exploitant van het luchtvaartuig;
d. in geval van een scheepvaartongeval als bedoeld in artikel 3, derde lid, aanhef en onder a en d, van de wet: de kapitein en de exploitant van een schip dat betrokken is bij het ongeval, en de daartoe door het bevoegde gezag, bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet, aangewezen personen werkzaam bij de desbetreffende scheepvaartbegeleidingsdienst;
e. in geval van een scheepvaartongeval met een Nederlands zeeschip in wateren buiten de Nederlandse jurisdictie: de kapitein en de exploitant van het schip;
f. in geval van een spoorwegongeval in Nederland: de bestuurder van een spoorvoertuig dat betrokken is bij het ongeval en de exploitant van een dergelijk voertuig, de betrokken verkeersleiding en de betrokken beheerder van de betrokken spoorweg of daarmee vergelijkbare geleider;
g. in geval van een buisleidingongeval in Nederland: de exploitant van een buisleiding die betrokken is bij het ongeval.