BWBR0010529
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 8
Besluit Raad voor de Transportveiligheid
1. De raad draagt zorg voor de bescherming en bewaring van de overblijfselen van een bij een ongeval betrokken vervoermiddel alsmede van de daarbij aangetroffen voorwerpen afkomstig uit het vervoermiddel die ten behoeve van het onderzoek van het ongeval ter beschikking van de betrokken kamer zijn.
2. De voorzitter van de raad geeft de zaken, bedoeld in het eerste lid, weer vrij zodra verder onderzoek van de zaken naar het oordeel van de kamer niet meer nodig is.
3. Indien, in geval van een luchtvaartongeval, door de staat van registratie of de staat van de exploitant een verzoek wordt gedaan om het luchtvaartuig, zijn inhoud of enig ander bewijsmateriaal ongestoord te laten, hangende het onderzoek door een gevolmachtigde vertegenwoordiger van de verzoekende staat, neemt de raad alle benodigde maatregelen om aan dit verzoek tegemoet te komen, voor zover dit redelijk uitvoerbaar en verenigbaar met de juiste uitvoering van het onderzoek is en met dien verstande dat het luchtvaartuig mag worden verplaatst om er personen, dieren, post en kostbaarheden uit te halen, om vernietiging door vuur of andere oorzaken te voorkomen of om gevaar of hinder voor de luchtvaart, ander transport of mensen te voorkomen.
4. Indien, in geval van een luchtvaartongeval, door de staat van ontwerp of de staat van vervaardiging een verzoek wordt gedaan om het luchtvaartuig ongestoord te laten hangende het onderzoek door een gevolmachtigde vertegenwoordiger van de verzoekende staat, neemt de raad alle benodigde maatregelen om aan dit verzoek tegemoet te komen, voor zover dit redelijk uitvoerbaar en verenigbaar met de juiste uitvoering van het onderzoek is en het niet een overmatige vertraging van het weer in dienst nemen van het luchtvaartuig tot gevolg heeft.
5. Voor het weer ter beschikking krijgen van de zaken, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, vergemakkelijkt de raad de toegang tot die zaken. Indien de zaken zich in een gebied bevinden waarbinnen het voor de raad onuitvoerbaar is om die toegang te verlenen, bewerkstelligt hijzelf verplaatsing naar een plaats waar wel toegang kan worden gegeven.
2. De voorzitter van de raad geeft de zaken, bedoeld in het eerste lid, weer vrij zodra verder onderzoek van de zaken naar het oordeel van de kamer niet meer nodig is.
3. Indien, in geval van een luchtvaartongeval, door de staat van registratie of de staat van de exploitant een verzoek wordt gedaan om het luchtvaartuig, zijn inhoud of enig ander bewijsmateriaal ongestoord te laten, hangende het onderzoek door een gevolmachtigde vertegenwoordiger van de verzoekende staat, neemt de raad alle benodigde maatregelen om aan dit verzoek tegemoet te komen, voor zover dit redelijk uitvoerbaar en verenigbaar met de juiste uitvoering van het onderzoek is en met dien verstande dat het luchtvaartuig mag worden verplaatst om er personen, dieren, post en kostbaarheden uit te halen, om vernietiging door vuur of andere oorzaken te voorkomen of om gevaar of hinder voor de luchtvaart, ander transport of mensen te voorkomen.
4. Indien, in geval van een luchtvaartongeval, door de staat van ontwerp of de staat van vervaardiging een verzoek wordt gedaan om het luchtvaartuig ongestoord te laten hangende het onderzoek door een gevolmachtigde vertegenwoordiger van de verzoekende staat, neemt de raad alle benodigde maatregelen om aan dit verzoek tegemoet te komen, voor zover dit redelijk uitvoerbaar en verenigbaar met de juiste uitvoering van het onderzoek is en het niet een overmatige vertraging van het weer in dienst nemen van het luchtvaartuig tot gevolg heeft.
5. Voor het weer ter beschikking krijgen van de zaken, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, vergemakkelijkt de raad de toegang tot die zaken. Indien de zaken zich in een gebied bevinden waarbinnen het voor de raad onuitvoerbaar is om die toegang te verlenen, bewerkstelligt hijzelf verplaatsing naar een plaats waar wel toegang kan worden gegeven.