BWBR0010529
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 13
Besluit Raad voor de Transportveiligheid
1. Zodra de raad besluit tot het instellen van een onderzoek, wijst de betrokken kamer een onderzoeker aan die de leiding heeft over het onderzoek.
2. De onderzoeker, bedoeld in het eerste lid, heeft onbelemmerd toegang tot, alsmede de beschikking over de overblijfselen van een betrokken vervoermiddel alsmede over de daarbij aangetroffen voorwerpen afkomstig uit een dergelijk vervoermiddel.
3. Bij een onderzoek naar een ongeval of een incident wordt zo effectief mogelijk gebruik gemaakt van technische registratie-apparatuur.
4. Indien risico bestaat voor teloor gaan van bewijsmateriaal worden maatregelen getroffen opdat het zoveel mogelijk bewaard blijft.
5. Indien het in de loop van het onderzoek naar een luchtvaartongeval of ernstig incident bekend wordt of het vermoeden ontstaat dat er sprake is geweest van wederrechtelijk handelen van een persoon die niet verantwoordelijkheid draagt voor een goede uitvoering van de vlucht, stelt de onderzoeker de politie onverwijld daarvan in kennis.
2. De onderzoeker, bedoeld in het eerste lid, heeft onbelemmerd toegang tot, alsmede de beschikking over de overblijfselen van een betrokken vervoermiddel alsmede over de daarbij aangetroffen voorwerpen afkomstig uit een dergelijk vervoermiddel.
3. Bij een onderzoek naar een ongeval of een incident wordt zo effectief mogelijk gebruik gemaakt van technische registratie-apparatuur.
4. Indien risico bestaat voor teloor gaan van bewijsmateriaal worden maatregelen getroffen opdat het zoveel mogelijk bewaard blijft.
5. Indien het in de loop van het onderzoek naar een luchtvaartongeval of ernstig incident bekend wordt of het vermoeden ontstaat dat er sprake is geweest van wederrechtelijk handelen van een persoon die niet verantwoordelijkheid draagt voor een goede uitvoering van de vlucht, stelt de onderzoeker de politie onverwijld daarvan in kennis.