BWBR0010529
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 4
Besluit Raad voor de Transportveiligheid
1. Voor het verrichten van hun werkzaamheden in het kader van de raad ontvangen de in het tweede lid genoemde personen een vergoeding overeenkomstig het tweede tot en met het vierde en het zesde lid.
2. Het niveau van de vergoeding is als volgt:
a. de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van de raad en de voorzitters van de kamers ontvangen een vergoeding als waren zij rijksambtenaar met het maximumsalaris van schaal 18, vermeld in bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
b. de leden van de raad en de plaatsvervangende voorzitters van de kamers ontvangen, voor zover zij niet vallen onder a, een vergoeding als waren zij rijksambtenaar met het maximumsalaris van schaal 17, vermeld in de onder a genoemde bijlage B;
c. de leden en de plaatsvervangende leden van de kamers ontvangen, voor zover zij niet vallen onder a of b, een vergoeding als waren zij rijksambtenaar met het maximumsalaris van schaal 15, vermeld in de onder a genoemde bijlage B.
3. De voorzitter van de raad ontvangt een vergoeding voor het vervullen van een functie met een door Onze Minister vast te stellen deeltijdpercentage.
4. De overige personen ontvangen een vergoeding die overeenkomt met een door Onze Minister vast te stellen percentage van het jaarsalaris van het in het tweede lid te hunnen aanzien genoemde niveau.
5. Vergoeding van reis- en verblijfkosten geschiedt overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 16 van het Reisbesluit binnenlanden de artikelen 1 tot en met 16 van het Reisbesluit buitenland.
6. Onze Minister kan bepalen dat de vergoedingen, bedoeld in het vijfde lid, worden vastgesteld op een forfaitair bedrag dat wordt vastgesteld op basis van de in een voorafgaand jaar daadwerkelijk gedeclareerde reis- en verblijfkosten.
2. Het niveau van de vergoeding is als volgt:
a. de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van de raad en de voorzitters van de kamers ontvangen een vergoeding als waren zij rijksambtenaar met het maximumsalaris van schaal 18, vermeld in bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
b. de leden van de raad en de plaatsvervangende voorzitters van de kamers ontvangen, voor zover zij niet vallen onder a, een vergoeding als waren zij rijksambtenaar met het maximumsalaris van schaal 17, vermeld in de onder a genoemde bijlage B;
c. de leden en de plaatsvervangende leden van de kamers ontvangen, voor zover zij niet vallen onder a of b, een vergoeding als waren zij rijksambtenaar met het maximumsalaris van schaal 15, vermeld in de onder a genoemde bijlage B.
3. De voorzitter van de raad ontvangt een vergoeding voor het vervullen van een functie met een door Onze Minister vast te stellen deeltijdpercentage.
4. De overige personen ontvangen een vergoeding die overeenkomt met een door Onze Minister vast te stellen percentage van het jaarsalaris van het in het tweede lid te hunnen aanzien genoemde niveau.
5. Vergoeding van reis- en verblijfkosten geschiedt overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 16 van het Reisbesluit binnenlanden de artikelen 1 tot en met 16 van het Reisbesluit buitenland.
6. Onze Minister kan bepalen dat de vergoedingen, bedoeld in het vijfde lid, worden vastgesteld op een forfaitair bedrag dat wordt vastgesteld op basis van de in een voorafgaand jaar daadwerkelijk gedeclareerde reis- en verblijfkosten.