BWBR0009766
Geldig vanaf 1998-07-12
Artikel 7
Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen
1. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt per ras het aantal dieren, omgerekend in GVE, waarvoor subsidie wordt verleend, alsmede het jaarlijkse bedrag van de subsidie, berekend overeenkomstig het tweede lid.
2. De subsidie bedraagt € 120,25 per jaar per GVE gehouden zeldzame landbouwhuisdieren tot, indien toepasselijk, een maximumbedrag van € 300,60 per hectare voederareaal op het landbouwbedrijf. De subsidie heeft, met uitzondering van een subsidie uitsluitend voor schapenrassen, betrekking op ten hoogste dertig GVE per aanvrager.
3. De subsidie als bedoeld in het tweede lid, wordt verleend voor een tijdvak van vijf jaren te rekenen vanaf de door de minister bij het besluit als bedoeld in artikel 5, eerste lid, te bepalen datum.
4. De subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd indien:
a. de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzet een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening heeft ingediend, onderscheidenlijk
b. het bedrag van de subsidie, berekend overeenkomstig het tweede lid, minder dan € 120,25 per jaar zou bedragen.
2. De subsidie bedraagt € 120,25 per jaar per GVE gehouden zeldzame landbouwhuisdieren tot, indien toepasselijk, een maximumbedrag van € 300,60 per hectare voederareaal op het landbouwbedrijf. De subsidie heeft, met uitzondering van een subsidie uitsluitend voor schapenrassen, betrekking op ten hoogste dertig GVE per aanvrager.
3. De subsidie als bedoeld in het tweede lid, wordt verleend voor een tijdvak van vijf jaren te rekenen vanaf de door de minister bij het besluit als bedoeld in artikel 5, eerste lid, te bepalen datum.
4. De subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd indien:
a. de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzet een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening heeft ingediend, onderscheidenlijk
b. het bedrag van de subsidie, berekend overeenkomstig het tweede lid, minder dan € 120,25 per jaar zou bedragen.