BWBR0009766
Geldig vanaf 1998-07-12
Artikel 6
Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen
1. De minister kan besluiten dat met betrekking tot het houden van een of meer rassen van zeldzame landbouwhuisdieren geen aanvragen tot subsidieverlening meer kunnen worden ingediend indien hem is gebleken dat van deze rassen het aantal volwassen vrouwelijke dieren waarvoor subsidie is aangevraagd of verleend groter is dan:
a. 1000 voor rassen van rund en paard,
b. 1500 voor schapenrassen.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden als volwassen aangemerkt vrouwelijke runderen en paarden van twee jaar en ouder en vrouwelijke schapen en geiten van 6 maanden en ouder.
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid geeft de minister kennis in de Staatscourant.
4. Indien ten aanzien van een of meer rassen een besluit als bedoeld in het eerste lid is genomen, wordt voor de toepassing van deze regeling ten aanzien van aanvragen tot subsidieverlening welke zijn ingediend na de datum van kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, geen rekening gehouden met dieren, behorende tot deze rassen.
a. 1000 voor rassen van rund en paard,
b. 1500 voor schapenrassen.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden als volwassen aangemerkt vrouwelijke runderen en paarden van twee jaar en ouder en vrouwelijke schapen en geiten van 6 maanden en ouder.
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid geeft de minister kennis in de Staatscourant.
4. Indien ten aanzien van een of meer rassen een besluit als bedoeld in het eerste lid is genomen, wordt voor de toepassing van deze regeling ten aanzien van aanvragen tot subsidieverlening welke zijn ingediend na de datum van kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, geen rekening gehouden met dieren, behorende tot deze rassen.