BWBR0009766
Geldig vanaf 1998-07-12
Artikel 3
Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen
1. Een subsidie kan worden verstrekt aan natuurlijke personen of rechtspersonen die blijkens hun statuten ten doel hebben een landbouwbedrijf te exploiteren, indien:
a. zij blijkens de gegevens van het Bedrijfs Registratie Systeem van Dienst Regelingen op het moment van de aanvraag van een beschikking tot subsidieverlening voor eigen rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteren;
b. zij voor eigen rekening en risico op hun landbouwbedrijf een tenminste met 1 GVE overeenkomend aantal zeldzame landbouwhuisdieren houden.
2. Een subsidie kan tevens worden verstrekt aan natuurlijke personen, met uitzondering van de natuurlijke personen, bedoeld in het eerste lid, of rechtspersonen die blijkens hun statuten ten doel hebben zeldzame landbouwhuisdierrassen, natuurlijke landschappen of het milieu in stand te houden, en voor eigen rekening en risico een tenminste met 1 GVE overeenkomend aantal zeldzame landbouwhuisdieren houden.
3. Indien de aanvraag tot subsidieverlening betrekking heeft op de subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt een veebezettingsgetal van maximaal 2,5 GVE per hectare per jaar door de aanvrager in acht genomen voor de zeldzame landbouwhuisdieren waarvoor subsidie is verleend.
4. Geen subsidie wordt verstrekt indien op het moment van de aanvraag van tot subsidieverlening:
a. reeds een subsidie aan de aanvrager is verleend op grond van deze regeling, of
b. reeds voor hetzelfde of een vergelijkbaar doel vanwege de staat, een ander overheidsorgaan of de Europese Gemeenschap aan de aanvrager een subsidie is verleend.
5. Indien de fysieke, juridische of financiële structuur van een bedrijf na inwerkingtreding van de regeling tot wijziging van deze regeling is of wordt gewijzigd hoofdzakelijk met het doel de verplichtingen, het maximumsubsidiebedrag of het bepaalde in het vierde lid, van de Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdieren zoals gewijzigd te ontgaan, wordt deze wijziging buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van de regeling.
a. zij blijkens de gegevens van het Bedrijfs Registratie Systeem van Dienst Regelingen op het moment van de aanvraag van een beschikking tot subsidieverlening voor eigen rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteren;
b. zij voor eigen rekening en risico op hun landbouwbedrijf een tenminste met 1 GVE overeenkomend aantal zeldzame landbouwhuisdieren houden.
2. Een subsidie kan tevens worden verstrekt aan natuurlijke personen, met uitzondering van de natuurlijke personen, bedoeld in het eerste lid, of rechtspersonen die blijkens hun statuten ten doel hebben zeldzame landbouwhuisdierrassen, natuurlijke landschappen of het milieu in stand te houden, en voor eigen rekening en risico een tenminste met 1 GVE overeenkomend aantal zeldzame landbouwhuisdieren houden.
3. Indien de aanvraag tot subsidieverlening betrekking heeft op de subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt een veebezettingsgetal van maximaal 2,5 GVE per hectare per jaar door de aanvrager in acht genomen voor de zeldzame landbouwhuisdieren waarvoor subsidie is verleend.
4. Geen subsidie wordt verstrekt indien op het moment van de aanvraag van tot subsidieverlening:
a. reeds een subsidie aan de aanvrager is verleend op grond van deze regeling, of
b. reeds voor hetzelfde of een vergelijkbaar doel vanwege de staat, een ander overheidsorgaan of de Europese Gemeenschap aan de aanvrager een subsidie is verleend.
5. Indien de fysieke, juridische of financiële structuur van een bedrijf na inwerkingtreding van de regeling tot wijziging van deze regeling is of wordt gewijzigd hoofdzakelijk met het doel de verplichtingen, het maximumsubsidiebedrag of het bepaalde in het vierde lid, van de Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdieren zoals gewijzigd te ontgaan, wordt deze wijziging buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van de regeling.