BWBR0009766
Geldig vanaf 1998-07-12
Artikel 10
Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen
1. Artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, Algemene wet bestuursrechtvindt geen toepassing ten aanzien van de reeds uitbetaalde subsidie indien niet-nakoming van de uit deze regeling voortvloeiende verplichtingen het gevolg is van:
a. overlijden van de subsidieontvanger,
b. langdurige arbeidsongeschiktheid van de aanvrager,
c. overmacht,
d. onteigening of gedwongen verkoop in de zin van de Onteigeningswet, voorzover deze onteigening of gedwongen verkoop niet te voorzien was op de dag waarop de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend,
e. een epizoötie die de gehele veestapel of een deel daarvan heeft getroffen, of
f. een uitbraak van een epizoötie waardoor de gehele veestapel of een deel daarvan preventief is gedood ten behoeve van de bestrijding van de uitbraak.
2. Een subsidieontvanger dient het beroep op een van de in het eerste lid bedoelde gevallen bij Dienst Regelingen in binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf het tijdstip waarop dit voor hem mogelijk is. Dit beroep gaat vergezeld van bewijzen.
a. overlijden van de subsidieontvanger,
b. langdurige arbeidsongeschiktheid van de aanvrager,
c. overmacht,
d. onteigening of gedwongen verkoop in de zin van de Onteigeningswet, voorzover deze onteigening of gedwongen verkoop niet te voorzien was op de dag waarop de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend,
e. een epizoötie die de gehele veestapel of een deel daarvan heeft getroffen, of
f. een uitbraak van een epizoötie waardoor de gehele veestapel of een deel daarvan preventief is gedood ten behoeve van de bestrijding van de uitbraak.
2. Een subsidieontvanger dient het beroep op een van de in het eerste lid bedoelde gevallen bij Dienst Regelingen in binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf het tijdstip waarop dit voor hem mogelijk is. Dit beroep gaat vergezeld van bewijzen.