BWBR0009766
Geldig vanaf 1998-07-12
Artikel 10a
Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen
1. De subsidieverlening of -vaststelling wordt overeenkomstig het tweede tot en met vierde lid gewijzigd onderscheidenlijk overeenkomstig het vijfde lid ingetrokken indien op enig moment, behoudens de situatie, bedoeld in artikel 8, derde lidof artikel 10, eerste lid, wordt vastgesteld dat het aantal in de aanvraag tot subsidieverlening of de aanvraag subsidievaststelling aangegeven dieren, omgerekend in GVE, verschilt van het aantal aanwezige dieren, omgerekend in GVE, waarvoor subsidie is verleend.
2. Het subsidiebedrag per dier wordt voor het betrokken verplichtingenjaar verminderd met:
het percentage dat overeenkomt met het bevonden verschil, indien dit niet hoger is dan 2 dieren.
3. Het subsidiebedrag per dier wordt, indien het bevonden verschil groter is dan 2 dieren, voor het betrokken verplichtingenjaar verminderd met:
a. het percentage dat overeenkomt met het bevonden verschil, indien dit verschil niet groter is dan 10%;
b. het dubbele van het percentage dat overeenkomt met het bevonden verschil, indien dit hoger is dan 10% doch niet hoger dan 20%;
c. 100%, indien het bevonden verschil hoger is dan 20%.
4. Indien de in artikel 9, eerste lid, bedoelde aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend na de uiterste termijn voor indiening, wordt de subsidie met 1% per werkdag, tot en met een maximum van 25 dagen, lager vastgesteld.
5. Indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzet een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of de aanvraag tot subsidievaststelling langer dan 25 dagen na de uiterste datum heeft ingediend, wordt de subsidieverlening of -vaststelling geweigerd onderscheidenlijk ingetrokken.
2. Het subsidiebedrag per dier wordt voor het betrokken verplichtingenjaar verminderd met:
het percentage dat overeenkomt met het bevonden verschil, indien dit niet hoger is dan 2 dieren.
3. Het subsidiebedrag per dier wordt, indien het bevonden verschil groter is dan 2 dieren, voor het betrokken verplichtingenjaar verminderd met:
a. het percentage dat overeenkomt met het bevonden verschil, indien dit verschil niet groter is dan 10%;
b. het dubbele van het percentage dat overeenkomt met het bevonden verschil, indien dit hoger is dan 10% doch niet hoger dan 20%;
c. 100%, indien het bevonden verschil hoger is dan 20%.
4. Indien de in artikel 9, eerste lid, bedoelde aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend na de uiterste termijn voor indiening, wordt de subsidie met 1% per werkdag, tot en met een maximum van 25 dagen, lager vastgesteld.
5. Indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzet een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of de aanvraag tot subsidievaststelling langer dan 25 dagen na de uiterste datum heeft ingediend, wordt de subsidieverlening of -vaststelling geweigerd onderscheidenlijk ingetrokken.