1. De minister stelt jaarlijks een of meer aanvraagperioden vast, in welke perioden aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend bij Dienst Regelingen door gebruikmaking van een daartoe bestemd formulier. Per aanvraagperiode kan door dezelfde natuurlijke of rechtspersoon slechts één aanvraag worden ingediend. Het besluit tot openstelling van een aanvraagperiode wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
2. De aanvraag tot subsidieverlening bevat:
a. een opgave van het aantal zeldzame landbouwhuisdieren gespecificeerd naar: registratienummer aan of in het dier, soort, ras, geslacht, leeftijd en aantal, dat door de aanvrager op de datum van indiening van de aanvraag wordt gehouden en waarvoor om subsidieverlening wordt verzocht,
b. een door Dienst Regelingen voorgeschreven schriftelijke en gewaarmerkte bevestiging door een erkende organisatie als bedoeld in het Fokkerijbesluit van de inschrijving in het stamboek van de, in de opgave van onderdeel a, genoemde dieren, en het voldoen van deze ingeschreven dieren aan de in bijlage 1 van deze regeling genoemde bloedvoeringspercentages,
c. een kopie van het bedrijfsregister dat betrekking heeft op de gehouden zeldzame landbouwhuisdieren waarvoor subsidie wordt aangevraagd,
d. een verklaring van de aanvrager dat de in de opgave vermelde dieren voldoen aan de in bijlage 1 van deze regeling genoemde minimum bloedvoeringspercentages,
e. indien toepasselijk: een verklaring van de aanvrager dat het landbouwbedrijf voldoet aan de goede landbouwpraktijken,
f. een verklaring van de aanvrager dat aan hem geen subsidie is verleend voor hetzelfde doel of een vergelijkbaar doel op grond van deze regeling of vanwege de staat, een ander overheidsorgaan of de Europese Gemeenschap,
g. indien toepasselijk: een opgave van het voederareaal,
h. indien toepasselijk: een afschrift van de statuten van de rechtspersoon, en
i. indien toepasselijk: afschriften van de hippische registratiebewijzen en bijbehorende schetsen.
3. Indien de aanvraag volledig is of na een daartoe strekkend verzoek als bedoeld in
artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtis aangevuld, zendt Dienst Regelingen de aanvrager een bevestiging van ontvangst van de aanvraag, waarbij wordt aangegeven op welke datum de aanvraag volledig is ontvangen. De minister beslist uiterlijk binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening.
4. De minister kan besluiten dat vanaf een door hem te bepalen datum geen aanvragen tot subsidieverlening meer kunnen worden ingediend. Zodanig besluit wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.