BWBR0006862
Geldig vanaf 2014-06-30
Artikel 3
Fokkerijbesluit
1. Onze Minister erkent op aanvraag een organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder i, van richtlijn 2009/157/EG, artikel 1, onderdeel c, eerste streepje, en onderdeel d, eerste streepje, van richtlijn 88/661/EEG, artikel 2, onderdeel b, eerste streepje, van richtlijn 89/361/EEG of artikel 2, onderdeel c, eerste streepje, van richtlijn 90/427/EEG, indien is voldaan aan de voorwaarden die:
a. voor runderen en buffels: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 6 van richtlijn 2009/157/EG zijn gesteld;
b. voor varkens: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van de artikelen 6 en 10 van richtlijn 88/661/EEG zijn gesteld;
c. voor schapen en geiten: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 4 van richtlijn 89/361/EEG zijn gesteld;
d. voor paardachtigen: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 4 van richtlijn 90/427/EEG zijn gesteld.
2. Onze Minister erkent op aanvraag een organisatie voor het reglementeren van prestatieonderzoek als bedoeld in beschikking 2006/427/EG, beschikking 90/256/EEG of beschikking 89/507/EEG.
3. Onze Minister erkent op aanvraag een organisatie voor het reglementeren van fokwaardeschattingen en de publicatie van de geschatte waarden als bedoeld in beschikking 2006/427/EG, beschikking 90/256/EEG of beschikking 89/507/EEG.
4. Een erkenning als bedoeld in het tweede en derde lid wordt verleend, indien is voldaan aan de daaraan krachtens artikel 7, eerste lid, gestelde voorwaarden.
5. Onze Minister doet mededeling in de Staatscourantvan de in het eerste lid bedoelde regelgeving van de Europese Gemeenschap, waarbij tevens de datum van inwerkingtreding van deze regelgeving wordt vermeld.
a. voor runderen en buffels: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 6 van richtlijn 2009/157/EG zijn gesteld;
b. voor varkens: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van de artikelen 6 en 10 van richtlijn 88/661/EEG zijn gesteld;
c. voor schapen en geiten: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 4 van richtlijn 89/361/EEG zijn gesteld;
d. voor paardachtigen: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 4 van richtlijn 90/427/EEG zijn gesteld.
2. Onze Minister erkent op aanvraag een organisatie voor het reglementeren van prestatieonderzoek als bedoeld in beschikking 2006/427/EG, beschikking 90/256/EEG of beschikking 89/507/EEG.
3. Onze Minister erkent op aanvraag een organisatie voor het reglementeren van fokwaardeschattingen en de publicatie van de geschatte waarden als bedoeld in beschikking 2006/427/EG, beschikking 90/256/EEG of beschikking 89/507/EEG.
4. Een erkenning als bedoeld in het tweede en derde lid wordt verleend, indien is voldaan aan de daaraan krachtens artikel 7, eerste lid, gestelde voorwaarden.
5. Onze Minister doet mededeling in de Staatscourantvan de in het eerste lid bedoelde regelgeving van de Europese Gemeenschap, waarbij tevens de datum van inwerkingtreding van deze regelgeving wordt vermeld.