BWBR0009747
Geldig vanaf 1998-08-15
Artikel 9
Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998
1. Degene die een vloeibare brandstof opslaat in een ondergrondse tank van staal, dient te voldoen aan de voorschriften, opgenomen in bijlage I, de hoofdstukken I en II, en aan de krachtens de voorschriften 2.8 en 2.25 van die bijlage door het bevoegd gezag gestelde nadere eisen.
2. Degene die een vloeibare brandstof opslaat in een ondergrondse tank van kunststof, dient te voldoen aan de voorschriften, opgenomen in bijlage II, en aan de krachtens de voorschriften 2.6 en 2.20 van die bijlage door het bevoegd gezag gestelde nadere eisen.
3. Indien krachtens het eerste of het tweede lid, nadere eisen worden gesteld, die mede de arbeidsomstandigheden raken, stelt het bevoegd gezag voorafgaand daaraan de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet, schriftelijk in de gelegenheid opmerkingen te maken.
4. Een beschikking waarin nadere eisen worden gesteld, wordt gezonden aan de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet.
2. Degene die een vloeibare brandstof opslaat in een ondergrondse tank van kunststof, dient te voldoen aan de voorschriften, opgenomen in bijlage II, en aan de krachtens de voorschriften 2.6 en 2.20 van die bijlage door het bevoegd gezag gestelde nadere eisen.
3. Indien krachtens het eerste of het tweede lid, nadere eisen worden gesteld, die mede de arbeidsomstandigheden raken, stelt het bevoegd gezag voorafgaand daaraan de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet, schriftelijk in de gelegenheid opmerkingen te maken.
4. Een beschikking waarin nadere eisen worden gesteld, wordt gezonden aan de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet.