BWBR0009747
Geldig vanaf 1998-08-15
Artikel 11
Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998
1. Degene die een inrichting drijft, die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheeraangewezen categorie behoort, uitsluitend door:
a. het opslaan van vloeibare brandstof in een ondergrondse tank,
b. het opslaan van afgewerkte olie in een ondergrondse tank, of
c. het opslaan van huishoudelijk afvalwater in een ondergrondse tank, dient voor dat opslaan uitsluitend te voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels.
2. Degene die een andere dan de in het eerste lid bedoelde inrichting drijft, dient behalve aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden of zijn neergelegd in een andere terzake geldende algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8.40of 8.44 van de Wet milieubeheervoorzover die voorschriften geen betrekking hebben op het opslaan van vloeibare brandstof, afgewerkte olie of huishoudelijk afvalwater, te voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels. Een voor een dergelijke inrichting verleende vergunning krachtens artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheergeldt ook voor het oprichten, in werking hebben of veranderen van de inrichting, dan wel het veranderen van de werking daarvan, voor zover dit oprichten, in werking hebben of veranderen, dan wel veranderen van de werking daarvan betrekking heeft op het opslaan van vloeibare brandstof, afgewerkte olie of huishoudelijk afvalwater in een ondergrondse tank.
a. het opslaan van vloeibare brandstof in een ondergrondse tank,
b. het opslaan van afgewerkte olie in een ondergrondse tank, of
c. het opslaan van huishoudelijk afvalwater in een ondergrondse tank, dient voor dat opslaan uitsluitend te voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels.
2. Degene die een andere dan de in het eerste lid bedoelde inrichting drijft, dient behalve aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden of zijn neergelegd in een andere terzake geldende algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8.40of 8.44 van de Wet milieubeheervoorzover die voorschriften geen betrekking hebben op het opslaan van vloeibare brandstof, afgewerkte olie of huishoudelijk afvalwater, te voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels. Een voor een dergelijke inrichting verleende vergunning krachtens artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheergeldt ook voor het oprichten, in werking hebben of veranderen van de inrichting, dan wel het veranderen van de werking daarvan, voor zover dit oprichten, in werking hebben of veranderen, dan wel veranderen van de werking daarvan betrekking heeft op het opslaan van vloeibare brandstof, afgewerkte olie of huishoudelijk afvalwater in een ondergrondse tank.