BWBR0009747
Geldig vanaf 1998-08-15
Artikel 23
Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998
1. Degene die op 1 maart 1993 gasolie opslaat in een ondergrondse tank als bedoeld in artikel 21, eerste lid, maakt, indien hij het opslaan uiterlijk op 1 maart 1996 beëindigt, binnen acht weken na die beëindiging de tank onklaar of verwijdert deze overeenkomstig bijlage VI.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet, indien degene die het opslaan van gasolie heeft beëindigd:
a. binnen acht weken na die beëindiging de desbetreffende ondergrondse tank weer in gebruik heeft genomen voor het opslaan van huishoudelijk afvalwater, vloeibare brandstof of afgewerkte olie, of
b. op grond van een vergunning, verleend krachtens artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, bevoegd is in de desbetreffende ondergrondse tank een andere vloeistof op te slaan.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet, indien degene die het opslaan van gasolie heeft beëindigd:
a. binnen acht weken na die beëindiging de desbetreffende ondergrondse tank weer in gebruik heeft genomen voor het opslaan van huishoudelijk afvalwater, vloeibare brandstof of afgewerkte olie, of
b. op grond van een vergunning, verleend krachtens artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, bevoegd is in de desbetreffende ondergrondse tank een andere vloeistof op te slaan.