BWBR0009747
Geldig vanaf 1998-08-15
Artikel 12
Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998
1. Degene die voornemens is een vloeibare brandstof of afgewerkte olie op te slaan in een ondergrondse tank, dient:
a. een verkennend onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van de desbetreffende vloeibare brandstof onderscheidenlijk afgewerkte olie in de bodem op de plaats waar de ondergrondse tank zal worden geïnstalleerd, of indien het een al geïnstalleerde ondergrondse tank betreft, in de onmiddellijke nabijheid ervan, en
b. van het voornemen om de tank te installeren, of indien het een reeds geïnstalleerde tank betreft, van het voornemen om op te slaan, alsmede van de resultaten van het verkennend onderzoek, kennis te geven aan het bevoegd gezag, ten minste vier weken voordat de tank zal worden geïnstalleerd, onderscheidenlijk de vloeistof daarin zal worden opgeslagen.
2. De analyse van de grond en grondwatermonsters op minerale oliecomponenten in het kader van het verkennend onderzoek, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats door een laboratorium dat een kwaliteitsborgingssysteem hanteert en dat gebaseerd is op de Europese Normalisatienorm NEN.EN 45 001 (Algemene criteria voor de beoordeling van beproevingslaboratoria).
a. een verkennend onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van de desbetreffende vloeibare brandstof onderscheidenlijk afgewerkte olie in de bodem op de plaats waar de ondergrondse tank zal worden geïnstalleerd, of indien het een al geïnstalleerde ondergrondse tank betreft, in de onmiddellijke nabijheid ervan, en
b. van het voornemen om de tank te installeren, of indien het een reeds geïnstalleerde tank betreft, van het voornemen om op te slaan, alsmede van de resultaten van het verkennend onderzoek, kennis te geven aan het bevoegd gezag, ten minste vier weken voordat de tank zal worden geïnstalleerd, onderscheidenlijk de vloeistof daarin zal worden opgeslagen.
2. De analyse van de grond en grondwatermonsters op minerale oliecomponenten in het kader van het verkennend onderzoek, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats door een laboratorium dat een kwaliteitsborgingssysteem hanteert en dat gebaseerd is op de Europese Normalisatienorm NEN.EN 45 001 (Algemene criteria voor de beoordeling van beproevingslaboratoria).