BWBR0009705
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 19g
Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij
1. Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van het bedrijf, bedoeld in artikel 19f, worden bepaald overeenkomstig hoofdstuk II, uitgezonderd artikel 8, en artikel 24 van de wet, met dien verstande dat, in afwijking van de artikelen 6, vierde lid, en 7, tweede lid, van de wet, het gemiddeld in 1996 of 1995 op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, het aantal is dat met betrekking tot het desbetreffende bedrijf en het desbetreffende jaar is opgegeven overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van de Regeling landbouwtelling 1996 of de artikelen 4 en 5 van de Regeling landbouwtelling 1995, verminderd met 10%.
2. De gegevens van de in het eerste lid bedoelde opgave worden slechts in aanmerking genomen als deze voor 10 juli 1997 zijn ontvangen door de Dienst Landelijke service bij regelingen van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, onderscheidenlijk de teller, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, Regeling landbouwtelling 1995.
3. Voor de toepassing van het eerste lid worden in de opgave vermelde:
biggen tot 20 kilogram die nog bij de zeug worden gehouden niet in aanmerking genomen;
biggen tot 20 kilogram die niet meer bij de zeug worden gehouden aangemerkt als biggen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 5, van de wet;
vleesvarkens van 20 tot 50 kilogram en vleesvarkens van 50 kilogram en meer aangemerkt als vleesvarkens als bedoeld in bijlage A, onderdeel 7, van de wet;
opfokzeugjes en -beertjes van 20 tot 50 kilogram aangemerkt als opfokzeugen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 2, onder a, van de wet;
niet gedekte opfokzeugen van 50 kilogram en meer aangemerkt als opfokzeugen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 2, onder b, van de wet;
gedekte, al dan niet drachtige zeugen, zeugen die bij de biggen worden gehouden en overige, guste fokzeugen aangemerkt als fokzeugen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 1, onder a, van de wet;
niet dekrijpe opfokberen van 50 kilogram en meer aangemerkt als opfokberen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 3, van de wet;
dekrijpe beren aangemerkt als dekberen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 4, van de wet.
2. De gegevens van de in het eerste lid bedoelde opgave worden slechts in aanmerking genomen als deze voor 10 juli 1997 zijn ontvangen door de Dienst Landelijke service bij regelingen van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, onderscheidenlijk de teller, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, Regeling landbouwtelling 1995.
3. Voor de toepassing van het eerste lid worden in de opgave vermelde:
biggen tot 20 kilogram die nog bij de zeug worden gehouden niet in aanmerking genomen;
biggen tot 20 kilogram die niet meer bij de zeug worden gehouden aangemerkt als biggen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 5, van de wet;
vleesvarkens van 20 tot 50 kilogram en vleesvarkens van 50 kilogram en meer aangemerkt als vleesvarkens als bedoeld in bijlage A, onderdeel 7, van de wet;
opfokzeugjes en -beertjes van 20 tot 50 kilogram aangemerkt als opfokzeugen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 2, onder a, van de wet;
niet gedekte opfokzeugen van 50 kilogram en meer aangemerkt als opfokzeugen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 2, onder b, van de wet;
gedekte, al dan niet drachtige zeugen, zeugen die bij de biggen worden gehouden en overige, guste fokzeugen aangemerkt als fokzeugen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 1, onder a, van de wet;
niet dekrijpe opfokberen van 50 kilogram en meer aangemerkt als opfokberen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 3, van de wet;
dekrijpe beren aangemerkt als dekberen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 4, van de wet.