BWBR0009705
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 19b
Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij
1. Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van elk van de bedrijven die behoren tot een inrichting als bedoeld in artikel 19komen overeen met het met betrekking tot het desbetreffende bedrijf bij de melding, bedoeld in artikel 2, aangegeven deel van het voor de bedrijven gezamenlijk beschikbare aantal varkenseenheden.
2. Het voor de bedrijven gezamenlijk beschikbare aantal varkenseenheden komt overeen met de som van de varkensrechten, onderscheidenlijk fokzeugenrechten, zoals deze voor elk van de bedrijven afzonderlijk zouden gelden indien deze zouden zijn bepaald overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0009542" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk II</a>, uitgezonderd <a href="/wet/BWBR0009542/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14</a>, en <a href="/wet/BWBR0009542/artikel/24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24 van de wet</a>. Deze som wordt verhoogd met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door de som van het aantal hectaren waarmee de tot de bedrijven van de inrichting behorende oppervlakte landbouwgrond in de periode van 1 januari 1994 tot en met 9 juli 1997 per saldo is vergroot, te vermenigvuldigen met 125 kilogram fosfaat en de uitkomst te delen door 7,4 kilogram fosfaat. De verhoging betreft het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, en is niet meer dan de som van de verkleiningen die op grond van de artikelen 9 en 10 van de wet in de periode van 1 januari 1994 tot en met 9 juli 1997 per saldo op de tot de inrichting behorende bedrijven hebben plaatsgevonden.
2. Het voor de bedrijven gezamenlijk beschikbare aantal varkenseenheden komt overeen met de som van de varkensrechten, onderscheidenlijk fokzeugenrechten, zoals deze voor elk van de bedrijven afzonderlijk zouden gelden indien deze zouden zijn bepaald overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0009542" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk II</a>, uitgezonderd <a href="/wet/BWBR0009542/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14</a>, en <a href="/wet/BWBR0009542/artikel/24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24 van de wet</a>. Deze som wordt verhoogd met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door de som van het aantal hectaren waarmee de tot de bedrijven van de inrichting behorende oppervlakte landbouwgrond in de periode van 1 januari 1994 tot en met 9 juli 1997 per saldo is vergroot, te vermenigvuldigen met 125 kilogram fosfaat en de uitkomst te delen door 7,4 kilogram fosfaat. De verhoging betreft het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, en is niet meer dan de som van de verkleiningen die op grond van de artikelen 9 en 10 van de wet in de periode van 1 januari 1994 tot en met 9 juli 1997 per saldo op de tot de inrichting behorende bedrijven hebben plaatsgevonden.