BWBR0009705
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 11
Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij
1. De in artikel 10bedoelde vergroting betreft het fokzeugenrecht voorzover de vergroting niet meer is dan het aantal varkenseenheden dat overeenkomt met het aantal fokzeugen dat ingevolge de verleende milieuvergunning, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a en b, onderscheidenlijk ingevolge de in artikel 9, eerste lid, tweede volzin, bedoelde milieuvergunning in samenhang met de overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/8.19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.19 van de Wet milieubeheer</a>gedane meldingen, dan wel ingevolge het <a href="/wet/BWBR0005158" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer</a>of het <a href="/wet/BWBR0006449" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer</a>in samenhang met de in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, bedoelde meldingen, ten hoogste mag worden gehouden.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden:
a. in de verleende milieuvergunning, onderscheidenlijk in de in artikel 9, eerste lid, tweede volzin, bedoelde milieuvergunning dan wel in de in het eerste lid bedoelde meldingen genoemde fokzeugen, kraamzeugen, guste en dragende zeugen aangemerkt als fokzeugen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 1, onder b, bij de wet;
b. in de verleende milieuvergunning, onderscheidenlijk in de in artikel 9, eerste lid, tweede volzin, bedoelde milieuvergunning dan wel in de in het eerste lid bedoelde meldingen genoemde biggen, al dan niet gespeend, buiten beschouwing gelaten, tenzij het gaat om biggen die worden gehuisvest in een stal of stalruimte die blijkens de milieuvergunning of de melding uitsluitend is bestemd voor het houden van biggen, in welk geval de biggen worden aangemerkt als biggen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 5, van de wet.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden:
a. in de verleende milieuvergunning, onderscheidenlijk in de in artikel 9, eerste lid, tweede volzin, bedoelde milieuvergunning dan wel in de in het eerste lid bedoelde meldingen genoemde fokzeugen, kraamzeugen, guste en dragende zeugen aangemerkt als fokzeugen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 1, onder b, bij de wet;
b. in de verleende milieuvergunning, onderscheidenlijk in de in artikel 9, eerste lid, tweede volzin, bedoelde milieuvergunning dan wel in de in het eerste lid bedoelde meldingen genoemde biggen, al dan niet gespeend, buiten beschouwing gelaten, tenzij het gaat om biggen die worden gehuisvest in een stal of stalruimte die blijkens de milieuvergunning of de melding uitsluitend is bestemd voor het houden van biggen, in welk geval de biggen worden aangemerkt als biggen als bedoeld in bijlage A, onderdeel 5, van de wet.