BWBR0009542
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 7
Wet herstructurering varkenshouderij
1. Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van een daartoe aangemeld bedrijf komen overeen met het in 1995 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, verminderd met 10%.
2. Artikel 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op de bepaling van de omvang van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat in plaats van «1996» telkens moet worden gelezen: 1995.
3. De belanghebbende doet de in het eerste lid bedoelde melding binnen zes weken na inwerkingtreding van deze wet bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door de belanghebbende is ondertekend.
4. Indien in 1995 of 1996 registratie van een kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen heeft plaatsgevonden, wordt het overeenkomstig het eerste en tweede lid bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, vergroot voor het bedrijf waarheen is verplaatst en verkleind tot ten minste nihil voor het bedrijf waarvan het niet-gebonden mestproductierecht afkomstig is.
5. Ingeval de in het vierde lid bedoelde registratie plaatsvond in 1995, komt de in dat lid bedoelde vergroting overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van artikel 9, tweede en vijfde lid, en komt de in het vierde lid bedoelde verkleining overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van artikel 9, derde, vierde en vijfde lid, met dien verstande dat in het tweede, derde en vierde lid van dat artikel in plaats van «1996» telkens wordt gelezen: 1995. Ingeval de in het vierde lid bedoelde registratie plaatsvond in 1996, komt de vergroting overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van artikel 10, tweede en vierde lid, en komt de verkleining overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van artikel 10, derde en vierde lid.
2. Artikel 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op de bepaling van de omvang van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat in plaats van «1996» telkens moet worden gelezen: 1995.
3. De belanghebbende doet de in het eerste lid bedoelde melding binnen zes weken na inwerkingtreding van deze wet bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door de belanghebbende is ondertekend.
4. Indien in 1995 of 1996 registratie van een kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen heeft plaatsgevonden, wordt het overeenkomstig het eerste en tweede lid bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, vergroot voor het bedrijf waarheen is verplaatst en verkleind tot ten minste nihil voor het bedrijf waarvan het niet-gebonden mestproductierecht afkomstig is.
5. Ingeval de in het vierde lid bedoelde registratie plaatsvond in 1995, komt de in dat lid bedoelde vergroting overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van artikel 9, tweede en vijfde lid, en komt de in het vierde lid bedoelde verkleining overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van artikel 9, derde, vierde en vijfde lid, met dien verstande dat in het tweede, derde en vierde lid van dat artikel in plaats van «1996» telkens wordt gelezen: 1995. Ingeval de in het vierde lid bedoelde registratie plaatsvond in 1996, komt de vergroting overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van artikel 10, tweede en vierde lid, en komt de verkleining overeen met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door overeenkomstige toepassing van artikel 10, derde en vierde lid.