BWBR0009705
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 4
Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij
1. Het varkensrecht en het fokzeugenrecht van het bedrijf, bedoeld in artikel 3, komen overeen met het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, verminderd met 10%.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, slechts in aanmerking genomen voorzover dit aantal lager is dan zowel het voor 1995 als 1996 berekende aantal varkenseenheden, dat wordt bepaald door de som van het grondgebonden mestproductierecht geldend met betrekking tot het desbetreffende jaar en 89% van het met betrekking tot dat jaar geldende niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen te verminderen met achtereenvolgens:
a. de mestproductie afkomstig van de in het desbetreffende jaar gehouden dieren van andere diersoorten dan varkens en kippen, voorzover deze mestproductie groter is dan het niet-gebonden mestproductierecht voor deze diersoorten geldend met betrekking tot dat jaar, en
b. de mestproductie afkomstig van de in het desbetreffende jaar gehouden kippen,
en het verschil te delen door 7,4 kilogram fosfaat.
3. <a href="/wet/BWBR0009542/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet</a>is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «1996» telkens wordt gelezen «1994» en in <a href="/wet/BWBR0009542/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6, vierde lid, van de wet</a>in plaats van «in de aangifte overschotheffing 1996, bij gebreke daarvan, op het afsluitformulier 1996, dan wel, bij gebreke daarvan, op de vrijstellingsverklaring 1996» wordt gelezen: in de aangifte overschotheffing 1994.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, slechts in aanmerking genomen voorzover dit aantal lager is dan zowel het voor 1995 als 1996 berekende aantal varkenseenheden, dat wordt bepaald door de som van het grondgebonden mestproductierecht geldend met betrekking tot het desbetreffende jaar en 89% van het met betrekking tot dat jaar geldende niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen te verminderen met achtereenvolgens:
a. de mestproductie afkomstig van de in het desbetreffende jaar gehouden dieren van andere diersoorten dan varkens en kippen, voorzover deze mestproductie groter is dan het niet-gebonden mestproductierecht voor deze diersoorten geldend met betrekking tot dat jaar, en
b. de mestproductie afkomstig van de in het desbetreffende jaar gehouden kippen,
en het verschil te delen door 7,4 kilogram fosfaat.
3. <a href="/wet/BWBR0009542/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet</a>is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «1996» telkens wordt gelezen «1994» en in <a href="/wet/BWBR0009542/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6, vierde lid, van de wet</a>in plaats van «in de aangifte overschotheffing 1996, bij gebreke daarvan, op het afsluitformulier 1996, dan wel, bij gebreke daarvan, op de vrijstellingsverklaring 1996» wordt gelezen: in de aangifte overschotheffing 1994.