BWBR0009565
Geldig vanaf 1998-07-01
Artikel 49
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft voor de op grond van deze wet gemaakte kosten verhaal op de persoon, die in verband met het veroorzaken van de arbeidshandicap, jegens de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplicht is, doch ten hoogste tot het bedrag, waarover deze bij het ontbreken van de aanspraken op grond van deze wet naar burgerlijk recht verplicht zou zijn, verminderd met een bedrag gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de arbeidsgehandicapte naar burgerlijk recht gehouden is.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan indien een aanspraak als bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend in de vorm van periodieke verstrekkingen, de contante waarde daarvan vorderen in de vorm van een jaarlijks vast te stellen afkoopsom die aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt vergoed voor de totale schadelast ten gevolge van het veroorzaken van de arbeidshandicap.
3. Het eerste lid geldt ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van een arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werknemer, die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de arbeidsgehandicapte jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien de arbeidshandicap is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk werknemer.
4. Voor de toepassing van het derde lid wordt mede als werkgever beschouwd de persoon, die op grond van <a href="/wet/BWBR0002126/artikel/16a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering</a>mede als werkgever wordt beschouwd.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan indien een aanspraak als bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend in de vorm van periodieke verstrekkingen, de contante waarde daarvan vorderen in de vorm van een jaarlijks vast te stellen afkoopsom die aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt vergoed voor de totale schadelast ten gevolge van het veroorzaken van de arbeidshandicap.
3. Het eerste lid geldt ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van een arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werknemer, die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de arbeidsgehandicapte jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien de arbeidshandicap is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk werknemer.
4. Voor de toepassing van het derde lid wordt mede als werkgever beschouwd de persoon, die op grond van <a href="/wet/BWBR0002126/artikel/16a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering</a>mede als werkgever wordt beschouwd.