BWBR0009565
Geldig vanaf 1998-07-01
Artikel 21
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
1. Subsidies als bedoeld in artikel 16die onverschuldigd zijn betaald, worden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd.
2. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
3. Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd en de termijn of de termijnen waarbinnen moet worden betaald.
4. De persoon van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
5. Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het <a href="/wet/BWBR0001827" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>.
6. <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/29g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 29g, vijfde tot en met tiende lid, van de WAO</a>is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/475c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 475c</a>en <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/475d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt.
7. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de terugvordering en de tenuitvoerlegging van besluiten tot terugvordering als bedoeld in dit artikel.
8. In afwijking van het eerste lid, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
2. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
3. Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd en de termijn of de termijnen waarbinnen moet worden betaald.
4. De persoon van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
5. Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het <a href="/wet/BWBR0001827" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>.
6. <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/29g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 29g, vijfde tot en met tiende lid, van de WAO</a>is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/475c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 475c</a>en <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/475d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt.
7. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de terugvordering en de tenuitvoerlegging van besluiten tot terugvordering als bedoeld in dit artikel.
8. In afwijking van het eerste lid, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.