BWBR0009565
Geldig vanaf 1998-07-01
Artikel 5
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een werkgever, die behoort tot een in die maatregel aangewezen tak van bedrijf of beroep of gedeelte daarvan, dan wel onderdeel van de openbare dienst, verplicht is er voor zorg te dragen dat het aantal bij hem in dienst zijnde arbeidsgehandicapte werknemers ten minste een bij die maatregel te bepalen deel uitmaakt van het totaal van de bij hem in dienst zijnde werknemers. In deze maatregel kan het in de eerste zin bedoelde deel niet lager worden gesteld dan 3 per 100 en niet hoger dan 7 per 100.
2. Bij de berekening of op een bepaalde datum door een werkgever wordt voldaan aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting blijven buiten beschouwing die werknemers die op die datum en in de 104 aan die datum voorafgaande weken wegens ziekte of gebreken geen arbeid hebben verricht bij die werkgever. Voor het bepalen van de periode van 104 weken, bedoeld in de eerste zin, worden perioden gedurende welke wegens ziekte of gebreken geen arbeid werd verricht samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
3. Voorzover een werkgever niet voldoet aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting, is hij periodiek een geldelijke bijdrage verschuldigd, afgestemd op het aantal arbeidsgehandicapte werknemers dat een werkgever in dienst zou moeten nemen om aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting te voldoen.
4. In de maatregel, bedoeld in het eerste lid:
a. kunnen werkgevers, waarbij in de regel minder dan een bij de maatregel aangewezen aantal personen werkzaam zijn, van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, worden uitgezonderd;
b. kan worden geregeld in hoeverre arbeidsgehandicapte werknemers, met wie een arbeidsduur is overeengekomen die korter is dan de normale arbeidsduur, worden meegeteld bij de berekening of wordt voldaan aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting;
c. kan de hoogte van de in het derde lid bedoelde geldelijke bijdrage worden vastgesteld;
d. kunnen regels worden gesteld omtrent de vaststelling, invordering en afdracht van de in het derde lid bedoelde geldelijke bijdrage;
e. kunnen regels worden gesteld omtrent een door de werkgever te voeren administratie waaruit kan worden afgeleid welke dienstbetrekkingen met arbeidsgehandicapte werknemers bestaan.
2. Bij de berekening of op een bepaalde datum door een werkgever wordt voldaan aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting blijven buiten beschouwing die werknemers die op die datum en in de 104 aan die datum voorafgaande weken wegens ziekte of gebreken geen arbeid hebben verricht bij die werkgever. Voor het bepalen van de periode van 104 weken, bedoeld in de eerste zin, worden perioden gedurende welke wegens ziekte of gebreken geen arbeid werd verricht samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
3. Voorzover een werkgever niet voldoet aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting, is hij periodiek een geldelijke bijdrage verschuldigd, afgestemd op het aantal arbeidsgehandicapte werknemers dat een werkgever in dienst zou moeten nemen om aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting te voldoen.
4. In de maatregel, bedoeld in het eerste lid:
a. kunnen werkgevers, waarbij in de regel minder dan een bij de maatregel aangewezen aantal personen werkzaam zijn, van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, worden uitgezonderd;
b. kan worden geregeld in hoeverre arbeidsgehandicapte werknemers, met wie een arbeidsduur is overeengekomen die korter is dan de normale arbeidsduur, worden meegeteld bij de berekening of wordt voldaan aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting;
c. kan de hoogte van de in het derde lid bedoelde geldelijke bijdrage worden vastgesteld;
d. kunnen regels worden gesteld omtrent de vaststelling, invordering en afdracht van de in het derde lid bedoelde geldelijke bijdrage;
e. kunnen regels worden gesteld omtrent een door de werkgever te voeren administratie waaruit kan worden afgeleid welke dienstbetrekkingen met arbeidsgehandicapte werknemers bestaan.