BWBR0009565
Geldig vanaf 1998-07-01
Artikel 8
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
1. De werkgever bevordert ten aanzien van zijn werknemer die wegens ziekte of gebrek niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, de inschakeling in de arbeid in zijn bedrijf en indien vaststaat dat in zijn bedrijf voor deze werknemer geen passende arbeid voorhanden is, bevordert de werkgever de inschakeling van deze werknemer in de arbeid in het bedrijf van een andere werkgever.
2. Uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, treft de werkgever maatregelen gericht op behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid van zijn in het eerste lid bedoelde werknemer.
3. De verplichting van de werkgever, bedoeld in het eerste lid, geldt in ieder geval voor de duur van de dienstbetrekking met de in het eerste lid bedoelde werknemer.
4. Indien de werkgever aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schriftelijk heeft gemeld dat hij zijn in het eerste lid bedoelde taak na het einde van de dienstbetrekking van zijn werknemers blijft verrichten gedurende een door hem bij die melding aangegeven periode, geldt de verplichting, bedoeld in het eerste lid, na het einde van elke dienstbetrekking van zijn vroegere werknemer gedurende die periode. De duur van deze periode is ten hoogste zes jaar na de datum waarop de in het eerste lid bedoelde werknemer ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebrek.
5. De werkgever laat de werkzaamheden, bedoeld in dit artikel, verrichten door een of meer personen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998</a>of een of meer arbodiensten of een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
6. De werkgever en de persoon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998</a>die door de werkgever is ingeschakeld of de arbodienst van de werkgever verstrekken aan de in het vijfde lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon gegevens voorzover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden, alsmede het sociaal-fiscaalnummer van de persoon wiens inschakeling in de arbeid door die natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt bevorderd. Deze natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de in dit lid bedoelde gegevens slechts voorzover dat noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, en gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaalnummer bij die verwerking. Onder sociaal-fiscaalnummer wordt in deze wet verstaan het nummer, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>.
7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de mogelijkheid van verlenging van de in dit artikel bedoelde taak van de werkgever op grond van het vierde lid;
b. de mogelijkheid van verlenging van de in dit artikel bedoelde taak van de werkgever na het einde van de dienstbetrekking in een individueel geval;
c. de mogelijkheid van beëindiging van de in het vierde lid bedoelde verplichting;
d. het vijfde en zesde lid;
e. de verplichtingen van de werkgever in verband met de beëindiging van de dienstbetrekking van de in het eerste lid bedoelde werknemer.
8. Nadat de werkgever op grond van <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/71a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>een reïntegratieverslag heeft opgesteld of aangevuld, houdt de werkgever aantekening bij van het verloop en de reïntegratie van de in het eerste lid bedoelde werknemer en de in het vierde lid bedoelde vroegere werknemer gedurende de in het derde, vierde en zevende lid, bedoelde periode en stelt hij in die periode jaarlijks uiterlijk twaalf maanden na deze opstelling of aanvulling van het reïntegratieverslag opnieuw met de werknemer of vroegere werknemer een reïntegratieverslag op en verstrekt hij hiervan afschrift aan de werknemer of vroegere werknemer.
9. Bij de uitvoering van het achtste lid laat de werkgever zich bijstaan door de persoon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998</a>of de arbodienst. De werknemer of vroegere werknemer verleent zijn medewerking bij het opstellen van het reïntegratieverslag.
10. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het achtste en negende lid.
11. Dit artikel is niet van toepassing op de werkgever, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van de WAO</a>.
12. Zo nodig in afwijking van het elfde lid zijn het eerste, tweede, vijfde, zesde, achtste en negende lid, alsmede de regels op grond van het zevende lid, onderdelen d en e, en op grond van het tiende lid, van overeenkomstige toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001888/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de ZW</a>en de persoon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001888/artikel/63" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 63, eerste lid, van de ZW</a>, gedurende de periode dat de eigenrisicodrager aan die persoon ziekengeld moet betalen.
2. Uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste lid, treft de werkgever maatregelen gericht op behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid van zijn in het eerste lid bedoelde werknemer.
3. De verplichting van de werkgever, bedoeld in het eerste lid, geldt in ieder geval voor de duur van de dienstbetrekking met de in het eerste lid bedoelde werknemer.
4. Indien de werkgever aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schriftelijk heeft gemeld dat hij zijn in het eerste lid bedoelde taak na het einde van de dienstbetrekking van zijn werknemers blijft verrichten gedurende een door hem bij die melding aangegeven periode, geldt de verplichting, bedoeld in het eerste lid, na het einde van elke dienstbetrekking van zijn vroegere werknemer gedurende die periode. De duur van deze periode is ten hoogste zes jaar na de datum waarop de in het eerste lid bedoelde werknemer ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebrek.
5. De werkgever laat de werkzaamheden, bedoeld in dit artikel, verrichten door een of meer personen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998</a>of een of meer arbodiensten of een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
6. De werkgever en de persoon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998</a>die door de werkgever is ingeschakeld of de arbodienst van de werkgever verstrekken aan de in het vijfde lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon gegevens voorzover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden, alsmede het sociaal-fiscaalnummer van de persoon wiens inschakeling in de arbeid door die natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt bevorderd. Deze natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de in dit lid bedoelde gegevens slechts voorzover dat noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, en gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaalnummer bij die verwerking. Onder sociaal-fiscaalnummer wordt in deze wet verstaan het nummer, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>.
7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de mogelijkheid van verlenging van de in dit artikel bedoelde taak van de werkgever op grond van het vierde lid;
b. de mogelijkheid van verlenging van de in dit artikel bedoelde taak van de werkgever na het einde van de dienstbetrekking in een individueel geval;
c. de mogelijkheid van beëindiging van de in het vierde lid bedoelde verplichting;
d. het vijfde en zesde lid;
e. de verplichtingen van de werkgever in verband met de beëindiging van de dienstbetrekking van de in het eerste lid bedoelde werknemer.
8. Nadat de werkgever op grond van <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/71a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>een reïntegratieverslag heeft opgesteld of aangevuld, houdt de werkgever aantekening bij van het verloop en de reïntegratie van de in het eerste lid bedoelde werknemer en de in het vierde lid bedoelde vroegere werknemer gedurende de in het derde, vierde en zevende lid, bedoelde periode en stelt hij in die periode jaarlijks uiterlijk twaalf maanden na deze opstelling of aanvulling van het reïntegratieverslag opnieuw met de werknemer of vroegere werknemer een reïntegratieverslag op en verstrekt hij hiervan afschrift aan de werknemer of vroegere werknemer.
9. Bij de uitvoering van het achtste lid laat de werkgever zich bijstaan door de persoon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998</a>of de arbodienst. De werknemer of vroegere werknemer verleent zijn medewerking bij het opstellen van het reïntegratieverslag.
10. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het achtste en negende lid.
11. Dit artikel is niet van toepassing op de werkgever, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van de WAO</a>.
12. Zo nodig in afwijking van het elfde lid zijn het eerste, tweede, vijfde, zesde, achtste en negende lid, alsmede de regels op grond van het zevende lid, onderdelen d en e, en op grond van het tiende lid, van overeenkomstige toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001888/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de ZW</a>en de persoon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001888/artikel/63" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 63, eerste lid, van de ZW</a>, gedurende de periode dat de eigenrisicodrager aan die persoon ziekengeld moet betalen.