BWBR0007962
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 4.6
Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996
1. In een overeenkomst als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, onder b, worden onder meer bepalingen opgenomen, welke:
a. de vennootschap ertoe verplichten: 1°. de uitgaven van de vergunninghouder, die namens de vennootschap zijn goedgekeurd of in overeenstemming zijn met een jaarlijks investerings- en financieringsplan, te financieren;
2°. in 10 jaarlijkse termijnen aan de vergunninghouder 60% en aan de andere aandeelhouder in de vennootschap 40% van het in artikel 4.4, eerste lid, bedoelde bedrag uit te betalen, vermeerderd ten aanzien van iedere betaling met een rente, waarvan het percentage gelijk is aan dat van de wettelijke rente, berekend over het tijdvak, dat op het tijdstip van betaling sedert de oprichting van de vennootschap is verstreken;
3°. indien artikel 4.14 bij het verlenen van de winningsvergunning geen toepassing heeft gevonden, aan de vergunninghouder te betalen het door deze krachtens artikel 3.13 verschuldigde bedrag, verminderd met de vennootschapsbelasting, die over het betrokken boekjaar van de vennootschap is geheven, naar winst, die met activiteiten als in artikel 3.14, tweede lid, onder a of b, bedoeld, is behaald;
4°. niet te beletten dat besluiten van de vergunninghouder gebaseerd worden op normale commerciële overwegingen;
5°. de besluitvorming te baseren op transparante, objectieve en niet-discriminerende beginselen;
1°. de uitgaven van de vergunninghouder, die namens de vennootschap zijn goedgekeurd of in overeenstemming zijn met een jaarlijks investerings- en financieringsplan, te financieren;
2°. in 10 jaarlijkse termijnen aan de vergunninghouder 60% en aan de andere aandeelhouder in de vennootschap 40% van het in artikel 4.4, eerste lid, bedoelde bedrag uit te betalen, vermeerderd ten aanzien van iedere betaling met een rente, waarvan het percentage gelijk is aan dat van de wettelijke rente, berekend over het tijdvak, dat op het tijdstip van betaling sedert de oprichting van de vennootschap is verstreken;
3°. indien artikel 4.14 bij het verlenen van de winningsvergunning geen toepassing heeft gevonden, aan de vergunninghouder te betalen het door deze krachtens artikel 3.13 verschuldigde bedrag, verminderd met de vennootschapsbelasting, die over het betrokken boekjaar van de vennootschap is geheven, naar winst, die met activiteiten als in artikel 3.14, tweede lid, onder a of b, bedoeld, is behaald;
4°. niet te beletten dat besluiten van de vergunninghouder gebaseerd worden op normale commerciële overwegingen;
5°. de besluitvorming te baseren op transparante, objectieve en niet-discriminerende beginselen;
b. de vergunninghouder ertoe verplichten: 1°. aan de vennootschap in eigendom over te dragen de werken, welke door het doen van de in artikel 4.4, eerste lid, onder c, bedoelde investeringen tot stand zijn gekomen;
2°. aan de vennootschap ten goede te doen komen zijn kennis en ervaring op het gebied van de verkenning, de opsporing, winning en afzet van koolwaterstoffen ten aanzien van de verkenning, opsporing en winning in het vergunningsgebied;
3°. de voor hem uit de vergunning voortvloeiende rechten uit te oefenen ten bate van de vennootschap en overeenkomstig de besluiten van de organen van de vennootschap;
4°. het door hem aangaan of beëindigen van duurzame samenwerking met derden ter zake van de verkenning, opsporing of winning aan goedkeuring door de vennootschap te onderwerpen;
5°. periodiek de ontvangen bruto-opbrengsten van de gewonnen koolwaterstoffen aan de vennootschap af te dragen;
1°. aan de vennootschap in eigendom over te dragen de werken, welke door het doen van de in artikel 4.4, eerste lid, onder c, bedoelde investeringen tot stand zijn gekomen;
2°. aan de vennootschap ten goede te doen komen zijn kennis en ervaring op het gebied van de verkenning, de opsporing, winning en afzet van koolwaterstoffen ten aanzien van de verkenning, opsporing en winning in het vergunningsgebied;
3°. de voor hem uit de vergunning voortvloeiende rechten uit te oefenen ten bate van de vennootschap en overeenkomstig de besluiten van de organen van de vennootschap;
4°. het door hem aangaan of beëindigen van duurzame samenwerking met derden ter zake van de verkenning, opsporing of winning aan goedkeuring door de vennootschap te onderwerpen;
5°. periodiek de ontvangen bruto-opbrengsten van de gewonnen koolwaterstoffen aan de vennootschap af te dragen;
c. ertoe strekken, dat: 1°. aan een verplichting als in onderdeel a, onder 2°, bedoeld binnen de daarvoor voorgeschreven tijdsduur kan worden voldaan;
2°. op de overeenkomst Nederlands recht toepasselijk is.
1°. aan een verplichting als in onderdeel a, onder 2°, bedoeld binnen de daarvoor voorgeschreven tijdsduur kan worden voldaan;
2°. op de overeenkomst Nederlands recht toepasselijk is.
2. In een overeenkomst als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, onder b, worden voorts onder meer bepalingen opgenomen, welke ertoe strekken dat de vennootschap geen informatie bezit over of betrokken is bij besluiten inhoudende bij wie opdrachten worden geplaatst voor leveringen, voor de uitvoering van werken of voor het verrichten van diensten.
a. de vennootschap ertoe verplichten: 1°. de uitgaven van de vergunninghouder, die namens de vennootschap zijn goedgekeurd of in overeenstemming zijn met een jaarlijks investerings- en financieringsplan, te financieren;
2°. in 10 jaarlijkse termijnen aan de vergunninghouder 60% en aan de andere aandeelhouder in de vennootschap 40% van het in artikel 4.4, eerste lid, bedoelde bedrag uit te betalen, vermeerderd ten aanzien van iedere betaling met een rente, waarvan het percentage gelijk is aan dat van de wettelijke rente, berekend over het tijdvak, dat op het tijdstip van betaling sedert de oprichting van de vennootschap is verstreken;
3°. indien artikel 4.14 bij het verlenen van de winningsvergunning geen toepassing heeft gevonden, aan de vergunninghouder te betalen het door deze krachtens artikel 3.13 verschuldigde bedrag, verminderd met de vennootschapsbelasting, die over het betrokken boekjaar van de vennootschap is geheven, naar winst, die met activiteiten als in artikel 3.14, tweede lid, onder a of b, bedoeld, is behaald;
4°. niet te beletten dat besluiten van de vergunninghouder gebaseerd worden op normale commerciële overwegingen;
5°. de besluitvorming te baseren op transparante, objectieve en niet-discriminerende beginselen;
1°. de uitgaven van de vergunninghouder, die namens de vennootschap zijn goedgekeurd of in overeenstemming zijn met een jaarlijks investerings- en financieringsplan, te financieren;
2°. in 10 jaarlijkse termijnen aan de vergunninghouder 60% en aan de andere aandeelhouder in de vennootschap 40% van het in artikel 4.4, eerste lid, bedoelde bedrag uit te betalen, vermeerderd ten aanzien van iedere betaling met een rente, waarvan het percentage gelijk is aan dat van de wettelijke rente, berekend over het tijdvak, dat op het tijdstip van betaling sedert de oprichting van de vennootschap is verstreken;
3°. indien artikel 4.14 bij het verlenen van de winningsvergunning geen toepassing heeft gevonden, aan de vergunninghouder te betalen het door deze krachtens artikel 3.13 verschuldigde bedrag, verminderd met de vennootschapsbelasting, die over het betrokken boekjaar van de vennootschap is geheven, naar winst, die met activiteiten als in artikel 3.14, tweede lid, onder a of b, bedoeld, is behaald;
4°. niet te beletten dat besluiten van de vergunninghouder gebaseerd worden op normale commerciële overwegingen;
5°. de besluitvorming te baseren op transparante, objectieve en niet-discriminerende beginselen;
b. de vergunninghouder ertoe verplichten: 1°. aan de vennootschap in eigendom over te dragen de werken, welke door het doen van de in artikel 4.4, eerste lid, onder c, bedoelde investeringen tot stand zijn gekomen;
2°. aan de vennootschap ten goede te doen komen zijn kennis en ervaring op het gebied van de verkenning, de opsporing, winning en afzet van koolwaterstoffen ten aanzien van de verkenning, opsporing en winning in het vergunningsgebied;
3°. de voor hem uit de vergunning voortvloeiende rechten uit te oefenen ten bate van de vennootschap en overeenkomstig de besluiten van de organen van de vennootschap;
4°. het door hem aangaan of beëindigen van duurzame samenwerking met derden ter zake van de verkenning, opsporing of winning aan goedkeuring door de vennootschap te onderwerpen;
5°. periodiek de ontvangen bruto-opbrengsten van de gewonnen koolwaterstoffen aan de vennootschap af te dragen;
1°. aan de vennootschap in eigendom over te dragen de werken, welke door het doen van de in artikel 4.4, eerste lid, onder c, bedoelde investeringen tot stand zijn gekomen;
2°. aan de vennootschap ten goede te doen komen zijn kennis en ervaring op het gebied van de verkenning, de opsporing, winning en afzet van koolwaterstoffen ten aanzien van de verkenning, opsporing en winning in het vergunningsgebied;
3°. de voor hem uit de vergunning voortvloeiende rechten uit te oefenen ten bate van de vennootschap en overeenkomstig de besluiten van de organen van de vennootschap;
4°. het door hem aangaan of beëindigen van duurzame samenwerking met derden ter zake van de verkenning, opsporing of winning aan goedkeuring door de vennootschap te onderwerpen;
5°. periodiek de ontvangen bruto-opbrengsten van de gewonnen koolwaterstoffen aan de vennootschap af te dragen;
c. ertoe strekken, dat: 1°. aan een verplichting als in onderdeel a, onder 2°, bedoeld binnen de daarvoor voorgeschreven tijdsduur kan worden voldaan;
2°. op de overeenkomst Nederlands recht toepasselijk is.
1°. aan een verplichting als in onderdeel a, onder 2°, bedoeld binnen de daarvoor voorgeschreven tijdsduur kan worden voldaan;
2°. op de overeenkomst Nederlands recht toepasselijk is.
2. In een overeenkomst als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, onder b, worden voorts onder meer bepalingen opgenomen, welke ertoe strekken dat de vennootschap geen informatie bezit over of betrokken is bij besluiten inhoudende bij wie opdrachten worden geplaatst voor leveringen, voor de uitvoering van werken of voor het verrichten van diensten.