BWBR0007962
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 4.14
Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996
1. Op verzoek wordt toegestaan dat, naast de in artikel 4.2, eerste lid, onder b, of de in artikel 4.11, eerste lid, onder b, bedoelde overeenkomst, tussen de vennootschap, de vergunninghouder en de andere aandeelhouder in de vennootschap wordt overeengekomen dat de vennootschap de winning zal doen verrichten voor rekening van de aandeelhouders.
2. De in het eerste lid laatstbedoelde overeenkomst dient binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn tot stand te komen en dient door Onze Minister te worden goedgekeurd. Het is verboden te winnen zolang de goedkeuring niet is verleend. De overeenkomst kan niet worden gewijzigd dan na goedkeuring door Onze Minister.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt de winningsvergunning verleend met het voorschrift, bedoeld in artikel 4.15, in plaats van het voorschrift, bedoeld in artikel 4.6, alsmede met het voorschrift, bedoeld in de artikelen 4.16en 4.17.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het bepaalde in artikel 4.4, eerste en derde lid, niet opgenomen in de oprichtingsakte, maar in de in het eerste lid laatstbedoelde overeenkomst.
5. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend bij de aanvraag om een vergunning of bij de aantoning, bedoeld in artikel 4.11, derde lid.
2. De in het eerste lid laatstbedoelde overeenkomst dient binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn tot stand te komen en dient door Onze Minister te worden goedgekeurd. Het is verboden te winnen zolang de goedkeuring niet is verleend. De overeenkomst kan niet worden gewijzigd dan na goedkeuring door Onze Minister.
3. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt de winningsvergunning verleend met het voorschrift, bedoeld in artikel 4.15, in plaats van het voorschrift, bedoeld in artikel 4.6, alsmede met het voorschrift, bedoeld in de artikelen 4.16en 4.17.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het bepaalde in artikel 4.4, eerste en derde lid, niet opgenomen in de oprichtingsakte, maar in de in het eerste lid laatstbedoelde overeenkomst.
5. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend bij de aanvraag om een vergunning of bij de aantoning, bedoeld in artikel 4.11, derde lid.