BWBR0007962
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 4.4
Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996
1. In de oprichtingsakte van de vennootschap zal worden vastgesteld het bedrag van de door de vergunninghouder reeds gemaakte kosten:
a. welke naar redelijkheid kunnen worden toegeschreven aan de werkzaamheden, welke tot het aantreffen van het voorkomen hebben geleid;
b. van de verdere evaluatie van dat voorkomen;c. van investeringen ten behoeve van de winning.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder kosten niet verstaan de bedragen, welke de vergunninghouder als zodanig dan wel als houder van de opsporingsvergunning heeft betaald aan oppervlakterechten en bonus.
3. In de oprichtingsakte zal voorts worden bepaald, dat aan de vergunninghouder door de andere aandeelhouder terstond zal worden vergoed 40% van het in het eerste lid bedoelde bedrag, vermeerderd met een enkelvoudige rente, waarvan het percentage gelijk is aan dat van de wettelijke rente, over een tijdvak van ten hoogste 5 jaar, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de betreffende kosten zijn gemaakt.
a. welke naar redelijkheid kunnen worden toegeschreven aan de werkzaamheden, welke tot het aantreffen van het voorkomen hebben geleid;
b. van de verdere evaluatie van dat voorkomen;c. van investeringen ten behoeve van de winning.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder kosten niet verstaan de bedragen, welke de vergunninghouder als zodanig dan wel als houder van de opsporingsvergunning heeft betaald aan oppervlakterechten en bonus.
3. In de oprichtingsakte zal voorts worden bepaald, dat aan de vergunninghouder door de andere aandeelhouder terstond zal worden vergoed 40% van het in het eerste lid bedoelde bedrag, vermeerderd met een enkelvoudige rente, waarvan het percentage gelijk is aan dat van de wettelijke rente, over een tijdvak van ten hoogste 5 jaar, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de betreffende kosten zijn gemaakt.