1. Indien een winningsvergunning wordt verleend op grond van
artikel 13, eerste lid, van de weten de desbetreffende opsporingsvergunning is verleend na 22 april 1976 maar vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, geschiedt de verlening van de winningsvergunning met inachtneming van de volgende artikelen van het koninklijk besluit van 6 februari 1976, houdende uitvoering van artikel 12 van de Mijnwet continentaal plat ten aanzien van opsporings- en winningsvergunningen voor of mede voor aardolie of aardgas (
Stb. 102), zoals deze luidden op het tijdstip, waarop de opsporingsvergunning is verleend:
a. artikel I;
b. de in artikel II vermelde artikelen 1 en 18;
c. de in artikel III vermelde artikelen 1 tot en met 22, 24, 26 en 30, met uitzondering van artikel 10, tweede lid, artikel 19, derde lid, artikel 21, tweede lid, en artikel 24, tweede lid.
2. In het in het eerste lid bedoelde geval zijn de artikelen 3.23en 3.24van toepassing.
3. Is de in het in het eerste lid bedoelde opsporingsvergunning verleend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 27 januari 1995 (
Stb. 42) tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 februari 1976, houdende uitvoering van artikel 12 van de Mijnwet continentaal plat ten aanzien van opsporings- en winningsvergunningen voor of mede voor aardolie of aardgas (
Stb. 102), dan is hoofdstuk 4van toepassing, met dien verstande dat:
a. in artikel 4.2, eerste lid, onder a, artikel 4.6, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, en artikel 4.11, eerste lid, onder a, «60%» telkens wordt vervangen door: 50%;
b. in artikel 4.2, eerste lid, onder a, artikel 4.4, derde lid, artikel 4.6, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, artikel 4.11, eerste lid, onder a, en artikel 4.15, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 5°, «40%» telkens wordt vervangen door: 50%;
c. in artikel 4.3, onderdeel f, aanhef, wordt gelezen voor «met twee derden van de stemmen»: met een meerderheid van de stemmen.
4. Is de in het eerste lid bedoelde opsporingsvergunning verleend na het tijdstip van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 27 januari 1995 (
Stb. 42) tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 februari 1976, houdende uitvoering van artikel 12 van de Mijnwet continentaal plat ten aanzien van opsporings- en winningsvergunningen voor of mede voor aardolie of aardgas (
Stb. 102), dan is, indien het betreft een winningsvergunning als bedoeld in artikel IVof V van het in het eerste lid bedoelde besluit, hoofdstuk 4van toepassing.