BWBR0007962
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 3.18
Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996
1. De vergunninghouder is telkens met ingang van het tijdstip, waarop een maand na het einde van een boekjaar is verstreken, aan de staat als tweede vooruitbetaling een door Onze Minister en Onze Minister van Financiën vastgesteld bedrag verschuldigd.
2. Genoemde Ministers stellen zodanig bedrag vast op het volle bedrag, dat naar hun redelijke schatting op grond van artikel 3.13, over het betrokken boekjaar verschuldigd zal zijn, verminderd – voor zover mogelijk –:
a. met de belasting, welke naar hun redelijke schatting over dat boekjaar zal worden geheven;
b. met vervolgens het bedrag, dat de vergunninghouder over dat boekjaar als eerste vooruitbetaling heeft betaald.
3. De eerste vooruitbetaling wordt, voor zover de in het tweede lid, onder b, bedoelde vermindering niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk terugbetaald.
2. Genoemde Ministers stellen zodanig bedrag vast op het volle bedrag, dat naar hun redelijke schatting op grond van artikel 3.13, over het betrokken boekjaar verschuldigd zal zijn, verminderd – voor zover mogelijk –:
a. met de belasting, welke naar hun redelijke schatting over dat boekjaar zal worden geheven;
b. met vervolgens het bedrag, dat de vergunninghouder over dat boekjaar als eerste vooruitbetaling heeft betaald.
3. De eerste vooruitbetaling wordt, voor zover de in het tweede lid, onder b, bedoelde vermindering niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk terugbetaald.