BWBR0007962
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 3.13
Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996
1. De vergunninghouder is jaarlijks aan de staat een bedrag als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder b, van de wetverschuldigd van 70% van het voordelige saldo van een met inachtneming van de artikelen 3.14en 3.15over het afgelopen boekjaar op te maken resultatenrekening, welke omvat de volgens goed koopmansgebruik aan dat jaar toe te rekenen kosten en opbrengsten van het krachtens de vergunning instellen van verkennings- en opsporingsonderzoeken en winnen van delfstoffen. In afwijking van de eerste volzin kan de afschrijving van aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen willekeurig geschieden, voor zover die wijze van afschrijven in het kader van de belastingheffing is toegestaan op grond van artikel 10, derde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
2. Indien het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde bedrag lager is dan het bedrag, dat wordt verkregen door bij de toepassing van dat lid in plaats van 70% te lezen 50% en het bepaalde in artikel 3.14, tweede lid, onder f en g, buiten beschouwing te laten, is in plaats van het eerstbedoelde bedrag het laatstbedoelde verschuldigd.
3. Een boekjaar als in het eerste lid bedoeld, is een kalenderjaar. Onze Minister kan een andere termijn als zodanig boekjaar aanwijzen.
2. Indien het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde bedrag lager is dan het bedrag, dat wordt verkregen door bij de toepassing van dat lid in plaats van 70% te lezen 50% en het bepaalde in artikel 3.14, tweede lid, onder f en g, buiten beschouwing te laten, is in plaats van het eerstbedoelde bedrag het laatstbedoelde verschuldigd.
3. Een boekjaar als in het eerste lid bedoeld, is een kalenderjaar. Onze Minister kan een andere termijn als zodanig boekjaar aanwijzen.