BWBR0002504
Geldig vanaf 1967-03-01
Artikel 12
Mijnwet continentaal plat
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aan een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen te verbinden voorschriften, bedoeld in artikel 7a, vierde lid, onder a.
2. Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de beperkingen, bedoeld in artikel 7a, derde lid, waaronder een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen kan worden verleend, en met betrekking tot de voorschriften, bedoeld in artikel 7a, vierde lid, onder b, die aan een dergelijke vergunning kunnen worden verbonden.
4. Een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen kan niet onder andere beperkingen als bedoeld in artikel 7a, derde lid, en niet met andere voorschriften als bedoeld in artikel 7a, vierde lid, worden verleend dan die welke voortvloeien uit de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, of de ministeriële regeling, bedoeld in het derde lid.
2. Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de beperkingen, bedoeld in artikel 7a, derde lid, waaronder een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen kan worden verleend, en met betrekking tot de voorschriften, bedoeld in artikel 7a, vierde lid, onder b, die aan een dergelijke vergunning kunnen worden verbonden.
4. Een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen kan niet onder andere beperkingen als bedoeld in artikel 7a, derde lid, en niet met andere voorschriften als bedoeld in artikel 7a, vierde lid, worden verleend dan die welke voortvloeien uit de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, of de ministeriële regeling, bedoeld in het derde lid.