BWBR0007961
Geldig vanaf 1996-04-04
Artikel 6
Regeling 'Extra investeringsimpuls infrastructuur in het stads- en streekvervoer'
1. Bij de betaling van de maximale bijdrage, als bedoeld in artikel 7, worden onder kosten van een project verstaan de met een project samenhangende en zodanig opgevoerde kosten, waarvan uitsluitend als kosten van een project in aanmerking worden genomen de kosten van een onafhankelijke derde deskundige, als bedoeld in artikel 9, derde lid, alsmede de in artikel 5, eerste lid, van het Besluit Infrastructuurfondsgenoemde kosten, met dien
verstande dat:
a. in de onderdelen a, b en c de zinsnede ’voor zover (die) door Onze Minister aanvaardbaar (worden) geacht’ niet van toepassing is;
b. in onderdeel d de zinsnede ’het bedrag en de termijn, waarover de bouwrente wordt vergoed, behoeft de goedkeuring van Onze Minister’ niet van toepassing is; en
c. in onderdeel h de zinsnede ’door Onze Minister redelijk geachte’ niet van toepassing is.
2. Artikel 5, tweede lid, van het Besluit Infrastructuurfondsis van overeenkomstige toepassing.
3. De op grond van dit artikel in aanmerking te nemen kosten per project kunnen ten hoogste € 11.344.505,00 bedragen.
verstande dat:
a. in de onderdelen a, b en c de zinsnede ’voor zover (die) door Onze Minister aanvaardbaar (worden) geacht’ niet van toepassing is;
b. in onderdeel d de zinsnede ’het bedrag en de termijn, waarover de bouwrente wordt vergoed, behoeft de goedkeuring van Onze Minister’ niet van toepassing is; en
c. in onderdeel h de zinsnede ’door Onze Minister redelijk geachte’ niet van toepassing is.
2. Artikel 5, tweede lid, van het Besluit Infrastructuurfondsis van overeenkomstige toepassing.
3. De op grond van dit artikel in aanmerking te nemen kosten per project kunnen ten hoogste € 11.344.505,00 bedragen.