BWBR0007961
Geldig vanaf 1996-04-04
Artikel 3
Regeling 'Extra investeringsimpuls infrastructuur in het stads- en streekvervoer'
1. Ten behoeve van investeringen in de o.v-infrastructuur, als bedoeld in artikel 2, door provincies, regionale openbare lichamen en gemeenten wordt een totaalbedrag van ten hoogste 900 miljoen gulden (prijspeil 1995), zijnde 90% van de op grond van artikel 6in aanmerking te nemen projectkosten, beschikbaar gesteld.
2. Het in het eerste lid bedoelde totaalbedrag wordt als volgt verdeeld:
a. 30 procent is bestemd voor de gezamenlijke provincies;
b. 60 procent is bestemd voor de gezamenlijke regionaal openbare lichamen; en
c. 10 procent is bestemd voor de gezamenlijke gemeenten.
3. Geen bijdragen worden verleend ten behoeve van:
a. de kosten van algemeen bestuurlijke aard;
b. de kosten voor het opstellen, indienen en wijzigen van een programma, als bedoeld in artikel 9, voor wat betreft de niet goedgekeurde projecten;
c. de kosten van onderhoud van een project; en
d. projecten waarvoor op grond van de Wet Infrastructuurfonds een bijdrage is verleend.
2. Het in het eerste lid bedoelde totaalbedrag wordt als volgt verdeeld:
a. 30 procent is bestemd voor de gezamenlijke provincies;
b. 60 procent is bestemd voor de gezamenlijke regionaal openbare lichamen; en
c. 10 procent is bestemd voor de gezamenlijke gemeenten.
3. Geen bijdragen worden verleend ten behoeve van:
a. de kosten van algemeen bestuurlijke aard;
b. de kosten voor het opstellen, indienen en wijzigen van een programma, als bedoeld in artikel 9, voor wat betreft de niet goedgekeurde projecten;
c. de kosten van onderhoud van een project; en
d. projecten waarvoor op grond van de Wet Infrastructuurfonds een bijdrage is verleend.