BWBR0007961
Geldig vanaf 1996-04-04
Artikel 17a
Regeling 'Extra investeringsimpuls infrastructuur in het stads- en streekvervoer'
1. Indien op grond van artikel 39 van de Wet personenvervoer een in bijlage 1 genoemde gemeente met ingang van een bepaald kalenderjaar niet meer wordt aangewezen als bijdragegerechtigde in de zin van die wet, vallen projecten van die gemeente toe aan de provincie waarin deze gemeente is gelegen, tenzij het projecten betreft:
a. die zijn goedgekeurd; en
b. ten behoeve waarvan voor de uitvoering voorafgaand aan inwerkingtreding van betreffend besluit op grond van artikel 39 van de Wet personenvervoer privaatrechtelijke verplichtingen jegens derden zijn aangegaan.
2. Het college van burgemeester en wethouders van een in het eerste lid bedoelde gemeente en gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen deze gemeente is gelegen kunnen in overeenstemming afwijken van de toedeling van projecten overeenkomstig het eerste lid.
3. In afwijking van artikel 5, derde lid, wordt de maximale bijdrage van de in het eerste lid bedoelde gemeente en van de provincie waarin deze gemeente is gelegen, gewijzigd met het bedrag dat is bestemd voor projecten als bedoeld in het eerste lid, dan wel, indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, met het bedrag voor projecten waarover overeenstemming is bereikt. De overige bepalingen in de regeling zijn van toepassing.
4. Binnen 8 weken na inwerkingtreding van betreffend besluit op grond van artikel 39 van de Wet personenvervoer stellen burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten van betrokken gemeente en provincie de minister op de hoogte van de werkelijke verdeling van de projecten inclusief de daarmee gemoeide bedragen.
a. die zijn goedgekeurd; en
b. ten behoeve waarvan voor de uitvoering voorafgaand aan inwerkingtreding van betreffend besluit op grond van artikel 39 van de Wet personenvervoer privaatrechtelijke verplichtingen jegens derden zijn aangegaan.
2. Het college van burgemeester en wethouders van een in het eerste lid bedoelde gemeente en gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen deze gemeente is gelegen kunnen in overeenstemming afwijken van de toedeling van projecten overeenkomstig het eerste lid.
3. In afwijking van artikel 5, derde lid, wordt de maximale bijdrage van de in het eerste lid bedoelde gemeente en van de provincie waarin deze gemeente is gelegen, gewijzigd met het bedrag dat is bestemd voor projecten als bedoeld in het eerste lid, dan wel, indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, met het bedrag voor projecten waarover overeenstemming is bereikt. De overige bepalingen in de regeling zijn van toepassing.
4. Binnen 8 weken na inwerkingtreding van betreffend besluit op grond van artikel 39 van de Wet personenvervoer stellen burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten van betrokken gemeente en provincie de minister op de hoogte van de werkelijke verdeling van de projecten inclusief de daarmee gemoeide bedragen.