BWBR0007961
Geldig vanaf 1996-04-04
Artikel 13
Regeling 'Extra investeringsimpuls infrastructuur in het stads- en streekvervoer'
1. Gedeputeerde staten, het dagelijks bestuur en burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een voortgangsrapportage op en dienen deze voor 1 oktober van elk jaar bij de minister in.
2. De jaarlijkse voortgangsrapportage dient te bestaan uit een overzicht, waaruit blijkt:
a. welke projecten reeds eerder in gebruik zijn genomen en waarvoor inmiddels een betaling plaatsvindt;
b. welke projecten worden gereedgemeld, en daardoor voor een betaling in aanmerking komen;
c. van welke projecten de werkzaamheden zijn gestart;
d. van welke projecten de voorbereiding nog moet starten.
3. De voortgangsrapportage wordt opgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 4.
2. De jaarlijkse voortgangsrapportage dient te bestaan uit een overzicht, waaruit blijkt:
a. welke projecten reeds eerder in gebruik zijn genomen en waarvoor inmiddels een betaling plaatsvindt;
b. welke projecten worden gereedgemeld, en daardoor voor een betaling in aanmerking komen;
c. van welke projecten de werkzaamheden zijn gestart;
d. van welke projecten de voorbereiding nog moet starten.
3. De voortgangsrapportage wordt opgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 4.