BWBR0007961
Geldig vanaf 1996-04-04
Artikel 4
Regeling 'Extra investeringsimpuls infrastructuur in het stads- en streekvervoer'
1. Aan provincies, regionaal openbare lichamen en gemeenten wordt eenmalig een maximale bijdrage ten behoeve van de door hen te realiseren en gerealiseerde projecten beschikbaar gesteld.
2. De maximale bijdrage per provincie wordt vastgesteld door het in artikel 3, tweede lid, onder a, bedoelde gedeelte tussen de provincies onderling te verdelen op basis van het aantal reizigers-kilometers in die provincies, uitgezonderd de in de provincies gelegen regionaal openbare lichamen en gemeenten.
3. De maximale bijdrage per openbaar regionaal lichaam wordt vastgesteld door het in artikel 3, tweede lid, onder b, bedoelde gedeelte tussen de regionaal openbare lichamen te verdelen op basis van de percentages zoals deze door de gezamenlijke regionale openbare lichamen onderling zijn vastgesteld en vermeld in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
4. De maximale bijdrage per gemeente wordt vastgesteld door het in artikel 3, tweede lid, onder c, bedoelde gedeelte tussen de gemeenten onderling te verdelen op basis van de normkosten die op grond van de Regeling kosten lokaal en interlokaal openbaar vervoer 1996 voor deze gemeenten zijn vastgesteld.
5. De voor de vaststelling van de maximale bijdrage in aanmerking te nemen reizigerskilometers per provincie, als bedoeld in het tweede lid, vindt plaats op basis van de verkoop van vervoerbewijzen van het Nationaal Tariefsysteem in de periode 1 juli 1994 tot en met 30 juni 1995.
6. De op grond van dit artikel vastgestelde maximale bijdragen worden in de bij deze regeling behorende bijlage 1 vermeld.
2. De maximale bijdrage per provincie wordt vastgesteld door het in artikel 3, tweede lid, onder a, bedoelde gedeelte tussen de provincies onderling te verdelen op basis van het aantal reizigers-kilometers in die provincies, uitgezonderd de in de provincies gelegen regionaal openbare lichamen en gemeenten.
3. De maximale bijdrage per openbaar regionaal lichaam wordt vastgesteld door het in artikel 3, tweede lid, onder b, bedoelde gedeelte tussen de regionaal openbare lichamen te verdelen op basis van de percentages zoals deze door de gezamenlijke regionale openbare lichamen onderling zijn vastgesteld en vermeld in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
4. De maximale bijdrage per gemeente wordt vastgesteld door het in artikel 3, tweede lid, onder c, bedoelde gedeelte tussen de gemeenten onderling te verdelen op basis van de normkosten die op grond van de Regeling kosten lokaal en interlokaal openbaar vervoer 1996 voor deze gemeenten zijn vastgesteld.
5. De voor de vaststelling van de maximale bijdrage in aanmerking te nemen reizigerskilometers per provincie, als bedoeld in het tweede lid, vindt plaats op basis van de verkoop van vervoerbewijzen van het Nationaal Tariefsysteem in de periode 1 juli 1994 tot en met 30 juni 1995.
6. De op grond van dit artikel vastgestelde maximale bijdragen worden in de bij deze regeling behorende bijlage 1 vermeld.