BWBR0007080
Geldig vanaf 1995-12-14
Artikel 34a
Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen
1. In afwijking van artikel 34, tweede en derde lid, kan het bulkvervoer van vloeibare oliën of vetten die zullen worden bewerkt en zijn bestemd of waarschijnlijk zullen worden gebruikt voor menselijke consumptie, plaatsvinden in zeeschepen in tanks die niet uitsluitend zijn voorbehouden aan het vervoer van eet- of drinkwaren, op de voorwaarden dat:
a. de oliën of vetten in een roestvrij stalen tank of een met epoxyhars of een technisch equivalent beklede tank worden vervoerd en de laatste lading die in de tank is vervoerd, een eet- of drinkwaar is dan wel op de in de bijlage bij deze regeling opgenomen lijst van aanvaardbare vorige ladingen voorkomt; of
b. de oliën of vetten worden vervoerd in een andere tank dan in onderdeel a van dit lid is bedoeld en de drie laatste ladingen die in de tank zijn vervoerd, eet- of drinkwaren zijn of voorkomen op de in de bijlage opgenomen lijst van aanvaardbare vorige ladingen.
2. In afwijking van artikel 34, tweede en derde lid, kan het bulkvervoer van vloeibare oliën of vetten die niet verder zullen worden bewerkt en bestemd zijn of waarschijnlijk zullen worden gebruikt voor menselijke consumptie, plaatsvinden in zeeschepen in tanks die niet uitsluitend zijn voorbehouden aan het vervoer van eet- of drinkwaren, op de voorwaarden dat:
a. de tank van roestvrij staal is vervaardigd of met epoxyhars of een technisch equivalent is bekleed; en
b. de drie laatste ladingen die in de tank zijn vervoerd, eet- of drinkwaren zijn geweest.
3. De kapitein van het zeeschip dat in bulktanks vloeibare oliën of vetten als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel vervoert, beschikt over nauwkeurige schriftelijke bewijzen betreffende de doeltreffendheid van het tussen deze ladingen uitgevoerde schoonmaakproces.
4. In het geval dat de lading is overgeslagen, beschikt de kapitein van het ontvangende schip naast de in het derde lid van dit artikel bedoelde bewijzen over nauwkeurige schriftelijke bewijzen dat het bulkvervoer van de vloeibare oliën of vetten tijdens het vorige vervoer aan de in het eerste en tweede lid van dit artikel vermelde bepalingen voldeed en betreffende de doeltreffendheid van het tussen deze ladingen op het andere schip uitgevoerde schoonmaakproces.
a. de oliën of vetten in een roestvrij stalen tank of een met epoxyhars of een technisch equivalent beklede tank worden vervoerd en de laatste lading die in de tank is vervoerd, een eet- of drinkwaar is dan wel op de in de bijlage bij deze regeling opgenomen lijst van aanvaardbare vorige ladingen voorkomt; of
b. de oliën of vetten worden vervoerd in een andere tank dan in onderdeel a van dit lid is bedoeld en de drie laatste ladingen die in de tank zijn vervoerd, eet- of drinkwaren zijn of voorkomen op de in de bijlage opgenomen lijst van aanvaardbare vorige ladingen.
2. In afwijking van artikel 34, tweede en derde lid, kan het bulkvervoer van vloeibare oliën of vetten die niet verder zullen worden bewerkt en bestemd zijn of waarschijnlijk zullen worden gebruikt voor menselijke consumptie, plaatsvinden in zeeschepen in tanks die niet uitsluitend zijn voorbehouden aan het vervoer van eet- of drinkwaren, op de voorwaarden dat:
a. de tank van roestvrij staal is vervaardigd of met epoxyhars of een technisch equivalent is bekleed; en
b. de drie laatste ladingen die in de tank zijn vervoerd, eet- of drinkwaren zijn geweest.
3. De kapitein van het zeeschip dat in bulktanks vloeibare oliën of vetten als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel vervoert, beschikt over nauwkeurige schriftelijke bewijzen betreffende de doeltreffendheid van het tussen deze ladingen uitgevoerde schoonmaakproces.
4. In het geval dat de lading is overgeslagen, beschikt de kapitein van het ontvangende schip naast de in het derde lid van dit artikel bedoelde bewijzen over nauwkeurige schriftelijke bewijzen dat het bulkvervoer van de vloeibare oliën of vetten tijdens het vorige vervoer aan de in het eerste en tweede lid van dit artikel vermelde bepalingen voldeed en betreffende de doeltreffendheid van het tussen deze ladingen op het andere schip uitgevoerde schoonmaakproces.