BWBR0005843
Geldig vanaf 1993-03-04
Artikel 3
Begrotings- en jaarrekeningsmodel 1992
1. In de begroting en de exploitatierekening naar kosten- en opbrengstsoorten moeten de volgende kostensoorten worden onderscheiden:
a. rentelasten;
b. afschrijvingen;
c. salarissen huidig personeel en bestuurders;
d. uitkeringen aan voormalige personeelsleden en bestuurders;
e. sociale lasten;
f. overige personeelslasten;
g. personeel van derden;
h. gebruiksgoederen;
i. verbruiksgoederen;
j. energie en water;
k. huren, pachten en andere rechten;
l. verzekeringen;
m. belastingen;
n. onderhoud door derden;
o. overige diensten door derden en bijdragen aan derden;
p. toevoegingen aan voorzieningen;
q. onvoorzien.
2. In de begroting en de exploitatierekening naar kosten- en opbrengstsoorten moeten de volgende opbrengstsoorten worden onderscheiden:
a. rentebaten;
b. dividenden en bonus-uitkeringen;
c. baten in verband met salarissen en sociale lasten;
d. opbrengst goederen, werken en diensten voor derden;
e. opbrengst uit eigendommen;
f. waterschapsbelastingen;
g. bijdragen van derden;
h. onttrekkingen aan voorzieningen;
i. onttrekkingen aan reserves;
j. geactiveerde lasten.
3. Voor de wijze waarop de in het eerste en tweede lid genoemde kosten- en opbrengstsoorten moeten worden geïnterpreteerd, gelden de in bijlage I van deze regeling opgenomen omschrijvingen.
a. rentelasten;
b. afschrijvingen;
c. salarissen huidig personeel en bestuurders;
d. uitkeringen aan voormalige personeelsleden en bestuurders;
e. sociale lasten;
f. overige personeelslasten;
g. personeel van derden;
h. gebruiksgoederen;
i. verbruiksgoederen;
j. energie en water;
k. huren, pachten en andere rechten;
l. verzekeringen;
m. belastingen;
n. onderhoud door derden;
o. overige diensten door derden en bijdragen aan derden;
p. toevoegingen aan voorzieningen;
q. onvoorzien.
2. In de begroting en de exploitatierekening naar kosten- en opbrengstsoorten moeten de volgende opbrengstsoorten worden onderscheiden:
a. rentebaten;
b. dividenden en bonus-uitkeringen;
c. baten in verband met salarissen en sociale lasten;
d. opbrengst goederen, werken en diensten voor derden;
e. opbrengst uit eigendommen;
f. waterschapsbelastingen;
g. bijdragen van derden;
h. onttrekkingen aan voorzieningen;
i. onttrekkingen aan reserves;
j. geactiveerde lasten.
3. Voor de wijze waarop de in het eerste en tweede lid genoemde kosten- en opbrengstsoorten moeten worden geïnterpreteerd, gelden de in bijlage I van deze regeling opgenomen omschrijvingen.