BWBR0005843
Geldig vanaf 1993-03-04
Artikel 27
Begrotings- en jaarrekeningsmodel 1992
1. De op de staat van personeelslasten op te nemen informatie moet worden ingedeeld op basis van de organisatiestructuur van het waterschap.
2. Op de staat van personeelslasten in de begroting moeten de volgende gegevens omtrent de personele sterkte worden vermeld:
a. de voor het begrotingsjaar maximaal toegestane formatie in full-time equivalenten;
b. de voor het begrotingsjaar geraamde, gemiddelde bezetting met eigen personeel in full-time equivalenten;
c. de voor het begrotingsjaar geraamde, gemiddelde bezetting met tijdelijk, van derden ingehuurde medewerkers in full-time equivalenten.
3. Op de staat van personeelslasten in de begroting moeten ook de in het tweede lid vermelde gegevens volgens de begroting van het lopende begrotingsjaar worden vermeld.
4. Op de staat van personeelslasten in de begroting moeten de volgende gegevens van de jaarrekening van het begrotingsjaar dat aan het lopende begrotingsjaar vooraf gaat worden vermeld:
a. de voor het begrotingsjaar maximaal toegestane formatie in full-time equivalenten;
b. de werkelijke bezetting met eigen personeel in full-time equivalenten;
c. de werkelijke bezetting met tijdelijk, van derden ingehuurde medewerkers in full-time equivalenten.
5. Op de staat van personeelslasten in de jaarrekening moeten de volgende gegevens omtrent de personele sterkte worden opgenomen:
a. de voor het begrotingsjaar maximaal toegestane formatie in full-time equivalenten;
b. de werkelijke bezetting gedurende het begrotingsjaar met eigen personeel in full-time equivalenten;
c. de werkelijke bezetting gedurende het begrotingsjaar met tijdelijk, van derden ingehuurde medewerkers in full-time equivalenten.
6. Op de staat van personeelslasten in de jaarrekening moeten de in het tweede lid vermelde gegevens uit de begroting van het begrotingsjaar en de in het vijfde lid vermelde gegevens uit de jaarrekening van het voorgaande begrotingsjaar worden vermeld.
7. De informatie die omtrent de personele lasten van het begrotingsjaar op de staat van de personeelslasten moet worden opgenomen, bestaat uit:
a. de lasten in verband met salarissen van het eigen personeel;
b. de sociale lasten van het eigen personeel;
c. de overige personeelslasten van het eigen personeel;
d. de kosten van tijdelijk, van derden ingehuurd personeel.
8. Voor de wijze waarop de in het zevende lid genoemde begrippen moeten worden geïnterpreteerd, gelden de in bijlage I van deze regeling opgenomen omschrijvingen van de kostensoorten c en e tot en met g.
9. Op de staat van personeelslasten in de begroting wordt naast het totaal van de personeelslasten het totaal van deze lasten volgens de begroting van het lopende begrotingsjaar en volgens de jaarrekening van het begrotingsjaar dat aan het lopende begrotingsjaar voorafgaat vermeld.
10. Naast het totaal van de personeelslasten op de staat van personeelslasten in de jaarrekening wordt het totaal van deze lasten volgens de begroting van het begrotingsjaar en volgens de jaarrekening van het voorgaande begrotingsjaar vermeld.
2. Op de staat van personeelslasten in de begroting moeten de volgende gegevens omtrent de personele sterkte worden vermeld:
a. de voor het begrotingsjaar maximaal toegestane formatie in full-time equivalenten;
b. de voor het begrotingsjaar geraamde, gemiddelde bezetting met eigen personeel in full-time equivalenten;
c. de voor het begrotingsjaar geraamde, gemiddelde bezetting met tijdelijk, van derden ingehuurde medewerkers in full-time equivalenten.
3. Op de staat van personeelslasten in de begroting moeten ook de in het tweede lid vermelde gegevens volgens de begroting van het lopende begrotingsjaar worden vermeld.
4. Op de staat van personeelslasten in de begroting moeten de volgende gegevens van de jaarrekening van het begrotingsjaar dat aan het lopende begrotingsjaar vooraf gaat worden vermeld:
a. de voor het begrotingsjaar maximaal toegestane formatie in full-time equivalenten;
b. de werkelijke bezetting met eigen personeel in full-time equivalenten;
c. de werkelijke bezetting met tijdelijk, van derden ingehuurde medewerkers in full-time equivalenten.
5. Op de staat van personeelslasten in de jaarrekening moeten de volgende gegevens omtrent de personele sterkte worden opgenomen:
a. de voor het begrotingsjaar maximaal toegestane formatie in full-time equivalenten;
b. de werkelijke bezetting gedurende het begrotingsjaar met eigen personeel in full-time equivalenten;
c. de werkelijke bezetting gedurende het begrotingsjaar met tijdelijk, van derden ingehuurde medewerkers in full-time equivalenten.
6. Op de staat van personeelslasten in de jaarrekening moeten de in het tweede lid vermelde gegevens uit de begroting van het begrotingsjaar en de in het vijfde lid vermelde gegevens uit de jaarrekening van het voorgaande begrotingsjaar worden vermeld.
7. De informatie die omtrent de personele lasten van het begrotingsjaar op de staat van de personeelslasten moet worden opgenomen, bestaat uit:
a. de lasten in verband met salarissen van het eigen personeel;
b. de sociale lasten van het eigen personeel;
c. de overige personeelslasten van het eigen personeel;
d. de kosten van tijdelijk, van derden ingehuurd personeel.
8. Voor de wijze waarop de in het zevende lid genoemde begrippen moeten worden geïnterpreteerd, gelden de in bijlage I van deze regeling opgenomen omschrijvingen van de kostensoorten c en e tot en met g.
9. Op de staat van personeelslasten in de begroting wordt naast het totaal van de personeelslasten het totaal van deze lasten volgens de begroting van het lopende begrotingsjaar en volgens de jaarrekening van het begrotingsjaar dat aan het lopende begrotingsjaar voorafgaat vermeld.
10. Naast het totaal van de personeelslasten op de staat van personeelslasten in de jaarrekening wordt het totaal van deze lasten volgens de begroting van het begrotingsjaar en volgens de jaarrekening van het voorgaande begrotingsjaar vermeld.