BWBR0005843
Geldig vanaf 1993-03-04
Artikel 22
Begrotings- en jaarrekeningsmodel 1992
1. Op de staat van immateriële vaste activa moeten de vaste activa worden onderscheiden in:
a. uitgaven in verband met het afsluiten van geldleningen;
b. uitgaven in verband met onderzoek en ontwikkeling;
c. aan derden verstrekte bijdragen en subsidies;
d. goodwill;
e. aan derden betaalde afkoopsommen;
f. overige immateriële vaste activa, welke moeten worden benoemd.
2. Op de staat van immateriële vaste activa moeten de volgende standgegevens met betrekking tot de situatie aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar worden opgenomen:
a. de aanschafprijs;
b. de cumulatieve verminderingen;
c. de boekwaarde.
3. Op de staat van immateriële vaste activa moeten de mutaties die zich in de loop van het begrotingsjaar met betrekking tot de verschillende soorten immateriële vaste activa zullen voordoen c.q. hebben voorgedaan worden onderscheiden in vermeerderingen en verminderingen.
4. De in het derde lid bedoelde verminderingen moeten nader worden onderscheiden in:
a. ontvangen subsidies die op de boekwaarde in mindering zijn gebracht;
b. afschrijvingen;
c. overige verminderingen.
a. uitgaven in verband met het afsluiten van geldleningen;
b. uitgaven in verband met onderzoek en ontwikkeling;
c. aan derden verstrekte bijdragen en subsidies;
d. goodwill;
e. aan derden betaalde afkoopsommen;
f. overige immateriële vaste activa, welke moeten worden benoemd.
2. Op de staat van immateriële vaste activa moeten de volgende standgegevens met betrekking tot de situatie aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar worden opgenomen:
a. de aanschafprijs;
b. de cumulatieve verminderingen;
c. de boekwaarde.
3. Op de staat van immateriële vaste activa moeten de mutaties die zich in de loop van het begrotingsjaar met betrekking tot de verschillende soorten immateriële vaste activa zullen voordoen c.q. hebben voorgedaan worden onderscheiden in vermeerderingen en verminderingen.
4. De in het derde lid bedoelde verminderingen moeten nader worden onderscheiden in:
a. ontvangen subsidies die op de boekwaarde in mindering zijn gebracht;
b. afschrijvingen;
c. overige verminderingen.