BWBR0005843
Geldig vanaf 1993-03-04
Artikel 23
Begrotings- en jaarrekeningsmodel 1992
1. Op de staat van materiële vaste activa moeten de activa worden ingedeeld in ‘werken in exploitatie’ en ‘onderhanden werken’.
2. Op de staat van materiële vaste activa moeten de materiële vaste activa zowel wat betreft de ‘werken in exploitatie’ als de ‘onderhanden werken’ worden onderscheiden in:
a. gronden;
b. vervoermiddelen en werktuigen;
c. overige bedrijfsmiddelen;
d. kantoren, dienstwoningen en centrale werkplaatsen;
e. waterkeringen;
f. watergangen, kunstwerken en gemalen die ten behoeve van het waterkwantiteitsbeheer worden ingezet;
g. zuiveringstechnische werken;
h. wegen;
i. vaarwegen en havens;
j. overige materiële vaste activa.
3. De standgegevens die met betrekking tot de situatie aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar op de staat van materiële vaste activa moeten worden opgenomen, zijn:
a. de aanschafprijs;
b. het totaal van de cumulatieve afschrijvingen en bijdragen van reserves;
c. de cumulatieve subsidies die zijn ontvangen;
d. de cumulatieve herwaarderingen;
e. de boekwaarde.
4. De standgegevens van de in het tweede lid genoemde post zuiveringstechnische werken moeten zo mogelijk worden onderscheiden in:
a. transportsystemen;
b. zuiveringsinstallaties;
c. slibverwerkingsinstallaties.
5. De mutaties die zich in het begrotingsjaar met betrekking tot de in het tweede lid genoemde soorten materiële vaste activa zullen voordoen c.q. hebben voorgedaan moeten op de staat van materiële vaste activa worden onderscheiden in:
a. overname van werken van derden;
b. nieuwbouw door derden;
c. geactiveerde lasten;
d. herwaardering;
e. overboeking van onderhanden werken;
f. verkoop van materiële vaste activa;
g. ontvangen subsidies die op de boekwaarde in mindering zijn gebracht;
h. afschrijvingen;
i. bijdragen van reserves.
2. Op de staat van materiële vaste activa moeten de materiële vaste activa zowel wat betreft de ‘werken in exploitatie’ als de ‘onderhanden werken’ worden onderscheiden in:
a. gronden;
b. vervoermiddelen en werktuigen;
c. overige bedrijfsmiddelen;
d. kantoren, dienstwoningen en centrale werkplaatsen;
e. waterkeringen;
f. watergangen, kunstwerken en gemalen die ten behoeve van het waterkwantiteitsbeheer worden ingezet;
g. zuiveringstechnische werken;
h. wegen;
i. vaarwegen en havens;
j. overige materiële vaste activa.
3. De standgegevens die met betrekking tot de situatie aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar op de staat van materiële vaste activa moeten worden opgenomen, zijn:
a. de aanschafprijs;
b. het totaal van de cumulatieve afschrijvingen en bijdragen van reserves;
c. de cumulatieve subsidies die zijn ontvangen;
d. de cumulatieve herwaarderingen;
e. de boekwaarde.
4. De standgegevens van de in het tweede lid genoemde post zuiveringstechnische werken moeten zo mogelijk worden onderscheiden in:
a. transportsystemen;
b. zuiveringsinstallaties;
c. slibverwerkingsinstallaties.
5. De mutaties die zich in het begrotingsjaar met betrekking tot de in het tweede lid genoemde soorten materiële vaste activa zullen voordoen c.q. hebben voorgedaan moeten op de staat van materiële vaste activa worden onderscheiden in:
a. overname van werken van derden;
b. nieuwbouw door derden;
c. geactiveerde lasten;
d. herwaardering;
e. overboeking van onderhanden werken;
f. verkoop van materiële vaste activa;
g. ontvangen subsidies die op de boekwaarde in mindering zijn gebracht;
h. afschrijvingen;
i. bijdragen van reserves.