BWBR0005843
Geldig vanaf 1993-03-04
Artikel 25
Begrotings- en jaarrekeningsmodel 1992
1. Op de staat van reserves en voorzieningen moeten de verschillende reserves en voorzieningen van het waterschap worden gerubriceerd in algemene reserves, bestemmingsreserves, herwaarderingsreserves en voorzieningen.
2. Op de staat van reserves en voorzieningen moeten de mutaties die zich in de loop van het begrotingsjaar met betrekking tot de reserves en voorzieningen zullen voordoen c.q. hebben voorgedaan worden onderscheiden in vermeerderingen en verminderingen.
3. Wat betreft de in het tweede lid genoemde vermeerderingen moet onderscheid gemaakt worden in ‘interne vermeerderingen’ en ‘externe vermeerderingen’.
4. De in het derde lid genoemde interne vermeerderingen moeten worden onderscheiden in rentetoevoeging en overige vermeerderingen.
5. Wat betreft de in het tweede lid genoemde verminderingen moet onderscheid gemaakt worden in ‘interne verminderingen’ en ‘externe verminderingen’.
6. Met een tussentelling moet na de vermelding van de algemene reserves, bestemmingsreserves en herwaarderingsreserves worden aangegeven wat het totaal van de standgegevens en de mutaties van het eigen vermogen van het waterschap is.
7. Op de staat van reserves en voorzieningen moet worden aangegeven welk deel van de over de reserves en voorzieningen berekende rente in het begrotingsjaar niet aan die reserves en voorzieningen zal worden c.q. is toegevoegd. Daarbij moet worden vermeld op welke post van de begroting c.q. de jaarrekening het betreffende bedrag is geboekt.
8. Bij de staat van reserves en voorzieningen moet een toelichting worden gevoegd, waarin in ieder geval de externe vermeerderingen en verminderingen moeten worden toegelicht volgens de kosten- en opbrengstsoorten die in deze regeling worden onderscheiden.
2. Op de staat van reserves en voorzieningen moeten de mutaties die zich in de loop van het begrotingsjaar met betrekking tot de reserves en voorzieningen zullen voordoen c.q. hebben voorgedaan worden onderscheiden in vermeerderingen en verminderingen.
3. Wat betreft de in het tweede lid genoemde vermeerderingen moet onderscheid gemaakt worden in ‘interne vermeerderingen’ en ‘externe vermeerderingen’.
4. De in het derde lid genoemde interne vermeerderingen moeten worden onderscheiden in rentetoevoeging en overige vermeerderingen.
5. Wat betreft de in het tweede lid genoemde verminderingen moet onderscheid gemaakt worden in ‘interne verminderingen’ en ‘externe verminderingen’.
6. Met een tussentelling moet na de vermelding van de algemene reserves, bestemmingsreserves en herwaarderingsreserves worden aangegeven wat het totaal van de standgegevens en de mutaties van het eigen vermogen van het waterschap is.
7. Op de staat van reserves en voorzieningen moet worden aangegeven welk deel van de over de reserves en voorzieningen berekende rente in het begrotingsjaar niet aan die reserves en voorzieningen zal worden c.q. is toegevoegd. Daarbij moet worden vermeld op welke post van de begroting c.q. de jaarrekening het betreffende bedrag is geboekt.
8. Bij de staat van reserves en voorzieningen moet een toelichting worden gevoegd, waarin in ieder geval de externe vermeerderingen en verminderingen moeten worden toegelicht volgens de kosten- en opbrengstsoorten die in deze regeling worden onderscheiden.