BWBR0005843
Geldig vanaf 1993-03-04
Artikel 14
Begrotings- en jaarrekeningsmodel 1992
1. De vorderingen van het waterschap moeten op basis van de nominale waarde worden gewaardeerd, waarbij rekening moet worden gehouden met een voorziening voor dubieuze debiteuren.
2. Bij toepassing van andere grondslagen dan de nominale waarde moet in de toelichting op de balanspost worden gemotiveerd waarom niet de nominale waarde is gehanteerd.
3. Indien een waterschap een voorziening als bedoeld in het eerste lid vormt, moet deze in mindering worden gebracht op de balanspost ‘vorderingen en overlopende activa’.
4. Indien bij de waardering van de vorderingen rekening is gehouden met een voorziening voor dubieuze debiteuren, moet in de toelichting op de balanspost worden vermeld wat de stand van deze voorziening is.
5. In de toelichting op de balanspost vorderingen en overlopende activa moet deze post worden gespecificeerd in:
a. vorderingen die op balansdatum direct opeisbaar zijn;
b. vorderingen die op balansdatum niet direct opeisbaar zijn;
c. overlopende activa.
6. Binnen de in het vijfde lid bedoelde specificatie moeten de vorderingen op basis van de looptijd worden gerangschikt.
7. In de toelichting op de balanspost vorderingen moet worden ingegaan op de financiële risico's die het waterschap ten aanzien van de vorderingen loopt.
2. Bij toepassing van andere grondslagen dan de nominale waarde moet in de toelichting op de balanspost worden gemotiveerd waarom niet de nominale waarde is gehanteerd.
3. Indien een waterschap een voorziening als bedoeld in het eerste lid vormt, moet deze in mindering worden gebracht op de balanspost ‘vorderingen en overlopende activa’.
4. Indien bij de waardering van de vorderingen rekening is gehouden met een voorziening voor dubieuze debiteuren, moet in de toelichting op de balanspost worden vermeld wat de stand van deze voorziening is.
5. In de toelichting op de balanspost vorderingen en overlopende activa moet deze post worden gespecificeerd in:
a. vorderingen die op balansdatum direct opeisbaar zijn;
b. vorderingen die op balansdatum niet direct opeisbaar zijn;
c. overlopende activa.
6. Binnen de in het vijfde lid bedoelde specificatie moeten de vorderingen op basis van de looptijd worden gerangschikt.
7. In de toelichting op de balanspost vorderingen moet worden ingegaan op de financiële risico's die het waterschap ten aanzien van de vorderingen loopt.