BWBR0004943
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 4
Regeling Veerponten
1. Voor veerponten moet het drijfvermogen in geval van lek worden voor alle voorziene beladingstoestanden worden aangetoond overeenkomstig artikel 2.02 van bijlage III van het Binnenschepenbesluit.
2. De regel van het eerste lid, is niet van toepassing op veerponten die zijn gebouwd of bestemd voor het vervoer van uitsluitend personen met inbegrip van voertuigen op twee wielen, met een lengte Lwl van minder dan 15 m in de zone 3 en met een lengte Lwl van minder dan 25 m in de zone 4.
3. De in artikel 2.02, vierde en vijfde lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluitvoorgeschreven kleinste lengten van waterdichte afdelingen zijn niet van toepassing op veerponten waarvan de lengte Lwl minder dan 25 m bedraagt.
4. Veerponten die niet zijn voorzien van een vast dek, moeten in de zijden van luchtkasten zijn voorzien, zodanig dat bij lek worden het reserve drijfvermogen een gelijkwaardige veiligheid biedt.
2. De regel van het eerste lid, is niet van toepassing op veerponten die zijn gebouwd of bestemd voor het vervoer van uitsluitend personen met inbegrip van voertuigen op twee wielen, met een lengte Lwl van minder dan 15 m in de zone 3 en met een lengte Lwl van minder dan 25 m in de zone 4.
3. De in artikel 2.02, vierde en vijfde lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluitvoorgeschreven kleinste lengten van waterdichte afdelingen zijn niet van toepassing op veerponten waarvan de lengte Lwl minder dan 25 m bedraagt.
4. Veerponten die niet zijn voorzien van een vast dek, moeten in de zijden van luchtkasten zijn voorzien, zodanig dat bij lek worden het reserve drijfvermogen een gelijkwaardige veiligheid biedt.