BWBR0004943
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 12
Regeling Veerponten
1. Het vlak van de grootste inzinking wordt zodanig vastgesteld, dat zowel aan de regelen van de artikelen 5 tot en met 11, als aan de van toepassing zijnde regelen van de hoofdstukken 2 en 4 van bijlage III van het Binnenschepenbesluitwordt voldaan.
2. De inspecteur-generaal kan echter voor een bepaalde veerpont of voor een bepaald vaargebied uit veiligheidsoverwegingen een groter vrijboord of een grotere veiligheidsafstand vaststellen, indien dit naar zijn redelijk oordeel uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is.
3. Het laadvermogen, behorend bij de in het eerste lid bedoelde grootste inzinking, moet rekenkundig worden bepaald, gebaseerd op de resultaten van een hellingproef, of voor veerponten als bedoeld in artikel 5, vierde lid, gebaseerd op de resultaten van een stabiliteitsproef.
2. De inspecteur-generaal kan echter voor een bepaalde veerpont of voor een bepaald vaargebied uit veiligheidsoverwegingen een groter vrijboord of een grotere veiligheidsafstand vaststellen, indien dit naar zijn redelijk oordeel uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is.
3. Het laadvermogen, behorend bij de in het eerste lid bedoelde grootste inzinking, moet rekenkundig worden bepaald, gebaseerd op de resultaten van een hellingproef, of voor veerponten als bedoeld in artikel 5, vierde lid, gebaseerd op de resultaten van een stabiliteitsproef.