Artikel 1
1. In dit besluit en de daarbij behorende bijlagen wordt verstaan onder:
a. richtlijn 76/135/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 januari 1976 (76/135/EEG) inzake de wederzijdse erkenning van scheepsattesten voor binnenschepen, gewijzigd bij de richtlijn van die Raad van 23 november 1978/1016/EEG);
b. richtlijn 82/714/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 4 oktober 1982 (82/714/EEG) tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen;
c. certificaat: certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Binnenschepenwet;
d. communautair certificaat: communautair certificaat, bedoeld in richtlijn 82/714/EEG, zijnde tevens het certificaat;
e. communautair aanvullend certificaat: communautair aanvullend certificaat, bedoeld in richtlijn 82/714/EEG, zijnde tevens in samenhang met een scheepspatent als bedoeld in de Herziene Rijnvaartakte en voor zover verenigbaar met het bij of krachtens de Herziene Rijnvaartakte bepaalde, te beschouwen als het certificaat;
f. document van deugdelijkheid: certificaat, communautair certificaat, scheepsattest als bedoeld in richtlijn 76/135/EEG, scheepspatent als bedoeld in de Herziene Rijnvaartakte, certificaat van deugdelijkheid als bedoeld in de Schepenwet of een document dat bij internationale regeling of door Onze Minister als zodanig is erkend;
g. binnenwateren: wateren als gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Binnenschepenwet en voorts de overige wateren, opgenomen in bijlage I van dit besluit;
h. zones: waterwegen van het communautaire net van binnenwateren volgens de indeling, bedoeld in richtlijn 82/714/EEG en in bijlage I van dit besluit;
i. onderzoek: onderzoek, bedoeld in artikel 5 van de Binnenschepenwet;
j. bijzonder onderzoek: onderzoek, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Binnenschepenwet;
k. vrachtschip: schip dat is gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen, met een laadvermogen van 15 ton of meer;
l. sleepboot: schip als gedefinieerd in het tweede lid, onder e;
m. duwboot: schip als gedefinieerd in het tweede lid, onder f;
n. passagiersschip: schip als gedefinieerd in het tweede lid, onder p;
o. bestaande schepen: schepen waarvan bij de inwerkingtreding van dit besluit - de bouw is voltooid,
- de kiel is gelegd dan wel de bouw zich in een daarmee vergelijkbaar stadium bevindt of
- het bouwcontract is afgesloten en binnen een jaar nadien is aangevangen met de bouw;
- de bouw is voltooid,
- de kiel is gelegd dan wel de bouw zich in een daarmee vergelijkbaar stadium bevindt of
- het bouwcontract is afgesloten en binnen een jaar nadien is aangevangen met de bouw;
p. rijksvaartuig: schip dat eigendom is van of gehuurd is door het Rijk en dat is gebouwd of bestemd om ten dienste van het Rijk te worden gebruikt voor de vaart op de binnenwateren, niet zijnde passagiersschepen of veerboten;
q. open rijksvaartuig: rijksvaartuig dat noch is voorzien van een gesloten opbouw, noch van een doorlopend dek;
r. veerboot: schip dat is gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 personen buiten de bemanning alsook van voertuigen op meer dan twee wielen, en dat een bootdienst onderhoudt tussen twee of meer aanlegplaatsen gelegen aan - de Dollard,
- de Eems,
- de Waddenzee, met inbegrip van de verbindingen met de Noordzee, of
- de Westerschelde en de zeemonding daarvan, met inbegrip van de waterwegen tussen Zeeuwsch-Vlaanderen enerzijds en Walcheren en Zuid-Beveland anderzijds;
- de Dollard,
- de Eems,
- de Waddenzee, met inbegrip van de verbindingen met de Noordzee, of
- de Westerschelde en de zeemonding daarvan, met inbegrip van de waterwegen tussen Zeeuwsch-Vlaanderen enerzijds en Walcheren en Zuid-Beveland anderzijds;
s. zeilend passagiersschip: schip als gedefinieerd in het tweede lid, onder cc;
t. bestaand zeilend passagiersschip: schip als gedefinieerd in het tweede lid, onder dd;
u. bunkerstation: drijvend bouwsel dat wegens zijn bestemming in de regel niet wordt verplaatst en dat bestemd of in gebruik is voor de opslag of levering van brandstof voor voortstuwing van schepen.
2. In de bij dit besluit behorende bijlagen wordt verstaan onder:
a. schip: binnenschip of zeeschip;
b. motorvrachtschip: vrachtschip gebouwd om door middel van zijn eigen mechanische voortstuwingsmiddelen zelfstandig te varen, niet zijnde een motortankschip;
c. motortankschip: schip met een laadvermogen van 15 ton of meer, dat is bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen in vaste tanks en gebouwd om door middel van zijn eigen mechanische voortstuwingsmiddelen zelfstandig te varen;
d. motorschip: motorvrachtschip of motortankschip;
e. sleepboot: schip dat is gebouwd om te slepen;
f. duwboot: schip dat is gebouwd om te duwen;
g. sleep-duwboot: schip dat is gebouwd om te slepen en te duwen;
h. sleepvrachtschip: vrachtschip niet zijnde een sleeptankschip, dat is gebouwd om te worden gesleept en dat - niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel voorzien is van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
- niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel voorzien is van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
i. sleeptankschip: schip met een laadvermogen van 15 ton of meer, dat is bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen in vaste tanks, gebouwd om te worden gesleept en dat - niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
- niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
k. sleepschip: sleepvrachtschip of sleeptankschip;
l. vrachtduwbak: vrachtschip niet zijnde een tankduwbak, dat is gebouwd of geschikt gemaakt om te worden geduwd en dat - niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
- niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
m. tankduwbak: schip met een laadvermogen van 15 ton of meer, dat is bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen in vaste tanks, gebouwd of geschikt gemaakt om te worden geduwd en dat - niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
- niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
n. zeeschipbak: vrachtduwbak of tankduwbak, gebouwd om aan boord van een zeeschip te worden vervoerd en om de binnenwateren te bevaren;
o. duwbak: vrachtduwbak, tankduwbak of zeeschipbak;
p. passagiersschip: schip dat is gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen buiten de bemanning, niet zijnde een veerboot en niet ingericht om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden voortbewogen;
q. drijvend werktuig: schip met mechanische installaties, dat is bestemd om op de binnenwateren te worden gebruikt, zoals een baggermolen, een elevator, een bok, een kraan;
r. drijvende inrichting: drijvend bouwsel dat niet is bestemd om in de regel te worden verplaatst, zoals een drijvende zweminrichting, een droogdok, een landingsbrug, een drijvend botenhuis;
s. drijvend voorwerp: vlot, bouwsel, samenstel of voorwerp dat is geschikt om te varen, niet zijnde een schip als hiervoor bedoeld, een drijvend werktuig of drijvende inrichting;
t. stuurhuis: ruimte waar de voor het voeren van het schip noodzakelijke bedieningsinrichtingen zijn opgesteld;
u. machinekamer: ruimte waar de voortstuwingswerktuigen, de hulpwerktuigen of beiden zijn opgesteld;
v. verblijf: ruimte die bestemd is voor het gebruik door de gewoonlijk aan boord verblijvende personen of passagiers, met inbegrip van keukens, provisiekamers, toiletten, wasgelegenheden, washokken, portalen en gangen, met uitzondering van het stuurhuis;
w. vlak van de grootste inzinking: vlak door de waterlijn, overeenkomende met de grootste toegelaten inzinking waarbij het schip mag varen;
x. vrijboord: afstand tussen het vlak van de grootste inzinking en het daaraan evenwijdige vlak door het laagste punt van het gangboord, of bij ontbreken van een gangboord, het laagste punt van het vaste boord;
y. veiligheidsafstand: afstand tussen het vlak van de grootste inzinking en het daaraan evenwijdige vlak door het laagste punt, waar het schip niet meer als waterdicht wordt beschouwd;
z. mechanische aandrijving of voortstuwing: aandrijving of voortstuwing waarbij de krachtbron direct of indirect een motor is;
aa. erkend onderzoekingsbureau: bureau als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van dit besluit;
bb. VBG: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen (VBG).
cc. zeilend passagiersschip: een schip dat is gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen buiten de bemanning en ingericht om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden voortbewogen, niet zijnde een veerboot;
dd. bestaand zeilend passagiersschip: een zeilend passagiersschip waarvan op 1 januari 2001 de bouw is voltooid, de kiel is gelegd dan wel de bouw zich in een daarmee vergelijkbaar stadium bevindt of het bouwcontract is afgesloten en binnen een jaar nadien is aangevangen met de bouw.
a. richtlijn 76/135/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 januari 1976 (76/135/EEG) inzake de wederzijdse erkenning van scheepsattesten voor binnenschepen, gewijzigd bij de richtlijn van die Raad van 23 november 1978/1016/EEG);
b. richtlijn 82/714/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 4 oktober 1982 (82/714/EEG) tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen;
c. certificaat: certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Binnenschepenwet;
d. communautair certificaat: communautair certificaat, bedoeld in richtlijn 82/714/EEG, zijnde tevens het certificaat;
e. communautair aanvullend certificaat: communautair aanvullend certificaat, bedoeld in richtlijn 82/714/EEG, zijnde tevens in samenhang met een scheepspatent als bedoeld in de Herziene Rijnvaartakte en voor zover verenigbaar met het bij of krachtens de Herziene Rijnvaartakte bepaalde, te beschouwen als het certificaat;
f. document van deugdelijkheid: certificaat, communautair certificaat, scheepsattest als bedoeld in richtlijn 76/135/EEG, scheepspatent als bedoeld in de Herziene Rijnvaartakte, certificaat van deugdelijkheid als bedoeld in de Schepenwet of een document dat bij internationale regeling of door Onze Minister als zodanig is erkend;
g. binnenwateren: wateren als gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Binnenschepenwet en voorts de overige wateren, opgenomen in bijlage I van dit besluit;
h. zones: waterwegen van het communautaire net van binnenwateren volgens de indeling, bedoeld in richtlijn 82/714/EEG en in bijlage I van dit besluit;
i. onderzoek: onderzoek, bedoeld in artikel 5 van de Binnenschepenwet;
j. bijzonder onderzoek: onderzoek, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Binnenschepenwet;
k. vrachtschip: schip dat is gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen, met een laadvermogen van 15 ton of meer;
l. sleepboot: schip als gedefinieerd in het tweede lid, onder e;
m. duwboot: schip als gedefinieerd in het tweede lid, onder f;
n. passagiersschip: schip als gedefinieerd in het tweede lid, onder p;
o. bestaande schepen: schepen waarvan bij de inwerkingtreding van dit besluit - de bouw is voltooid,
- de kiel is gelegd dan wel de bouw zich in een daarmee vergelijkbaar stadium bevindt of
- het bouwcontract is afgesloten en binnen een jaar nadien is aangevangen met de bouw;
- de bouw is voltooid,
- de kiel is gelegd dan wel de bouw zich in een daarmee vergelijkbaar stadium bevindt of
- het bouwcontract is afgesloten en binnen een jaar nadien is aangevangen met de bouw;
p. rijksvaartuig: schip dat eigendom is van of gehuurd is door het Rijk en dat is gebouwd of bestemd om ten dienste van het Rijk te worden gebruikt voor de vaart op de binnenwateren, niet zijnde passagiersschepen of veerboten;
q. open rijksvaartuig: rijksvaartuig dat noch is voorzien van een gesloten opbouw, noch van een doorlopend dek;
r. veerboot: schip dat is gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 personen buiten de bemanning alsook van voertuigen op meer dan twee wielen, en dat een bootdienst onderhoudt tussen twee of meer aanlegplaatsen gelegen aan - de Dollard,
- de Eems,
- de Waddenzee, met inbegrip van de verbindingen met de Noordzee, of
- de Westerschelde en de zeemonding daarvan, met inbegrip van de waterwegen tussen Zeeuwsch-Vlaanderen enerzijds en Walcheren en Zuid-Beveland anderzijds;
- de Dollard,
- de Eems,
- de Waddenzee, met inbegrip van de verbindingen met de Noordzee, of
- de Westerschelde en de zeemonding daarvan, met inbegrip van de waterwegen tussen Zeeuwsch-Vlaanderen enerzijds en Walcheren en Zuid-Beveland anderzijds;
s. zeilend passagiersschip: schip als gedefinieerd in het tweede lid, onder cc;
t. bestaand zeilend passagiersschip: schip als gedefinieerd in het tweede lid, onder dd;
u. bunkerstation: drijvend bouwsel dat wegens zijn bestemming in de regel niet wordt verplaatst en dat bestemd of in gebruik is voor de opslag of levering van brandstof voor voortstuwing van schepen.
2. In de bij dit besluit behorende bijlagen wordt verstaan onder:
a. schip: binnenschip of zeeschip;
b. motorvrachtschip: vrachtschip gebouwd om door middel van zijn eigen mechanische voortstuwingsmiddelen zelfstandig te varen, niet zijnde een motortankschip;
c. motortankschip: schip met een laadvermogen van 15 ton of meer, dat is bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen in vaste tanks en gebouwd om door middel van zijn eigen mechanische voortstuwingsmiddelen zelfstandig te varen;
d. motorschip: motorvrachtschip of motortankschip;
e. sleepboot: schip dat is gebouwd om te slepen;
f. duwboot: schip dat is gebouwd om te duwen;
g. sleep-duwboot: schip dat is gebouwd om te slepen en te duwen;
h. sleepvrachtschip: vrachtschip niet zijnde een sleeptankschip, dat is gebouwd om te worden gesleept en dat - niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel voorzien is van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
- niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel voorzien is van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
i. sleeptankschip: schip met een laadvermogen van 15 ton of meer, dat is bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen in vaste tanks, gebouwd om te worden gesleept en dat - niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
- niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
k. sleepschip: sleepvrachtschip of sleeptankschip;
l. vrachtduwbak: vrachtschip niet zijnde een tankduwbak, dat is gebouwd of geschikt gemaakt om te worden geduwd en dat - niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
- niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
m. tankduwbak: schip met een laadvermogen van 15 ton of meer, dat is bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen in vaste tanks, gebouwd of geschikt gemaakt om te worden geduwd en dat - niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
- niet is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen of
- wel is voorzien van eigen mechanische voortstuwingsmiddelen, die slechts verplaatsingen over kleine afstanden toelaten;
n. zeeschipbak: vrachtduwbak of tankduwbak, gebouwd om aan boord van een zeeschip te worden vervoerd en om de binnenwateren te bevaren;
o. duwbak: vrachtduwbak, tankduwbak of zeeschipbak;
p. passagiersschip: schip dat is gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen buiten de bemanning, niet zijnde een veerboot en niet ingericht om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden voortbewogen;
q. drijvend werktuig: schip met mechanische installaties, dat is bestemd om op de binnenwateren te worden gebruikt, zoals een baggermolen, een elevator, een bok, een kraan;
r. drijvende inrichting: drijvend bouwsel dat niet is bestemd om in de regel te worden verplaatst, zoals een drijvende zweminrichting, een droogdok, een landingsbrug, een drijvend botenhuis;
s. drijvend voorwerp: vlot, bouwsel, samenstel of voorwerp dat is geschikt om te varen, niet zijnde een schip als hiervoor bedoeld, een drijvend werktuig of drijvende inrichting;
t. stuurhuis: ruimte waar de voor het voeren van het schip noodzakelijke bedieningsinrichtingen zijn opgesteld;
u. machinekamer: ruimte waar de voortstuwingswerktuigen, de hulpwerktuigen of beiden zijn opgesteld;
v. verblijf: ruimte die bestemd is voor het gebruik door de gewoonlijk aan boord verblijvende personen of passagiers, met inbegrip van keukens, provisiekamers, toiletten, wasgelegenheden, washokken, portalen en gangen, met uitzondering van het stuurhuis;
w. vlak van de grootste inzinking: vlak door de waterlijn, overeenkomende met de grootste toegelaten inzinking waarbij het schip mag varen;
x. vrijboord: afstand tussen het vlak van de grootste inzinking en het daaraan evenwijdige vlak door het laagste punt van het gangboord, of bij ontbreken van een gangboord, het laagste punt van het vaste boord;
y. veiligheidsafstand: afstand tussen het vlak van de grootste inzinking en het daaraan evenwijdige vlak door het laagste punt, waar het schip niet meer als waterdicht wordt beschouwd;
z. mechanische aandrijving of voortstuwing: aandrijving of voortstuwing waarbij de krachtbron direct of indirect een motor is;
aa. erkend onderzoekingsbureau: bureau als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van dit besluit;
bb. VBG: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen (VBG).
cc. zeilend passagiersschip: een schip dat is gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen buiten de bemanning en ingericht om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden voortbewogen, niet zijnde een veerboot;
dd. bestaand zeilend passagiersschip: een zeilend passagiersschip waarvan op 1 januari 2001 de bouw is voltooid, de kiel is gelegd dan wel de bouw zich in een daarmee vergelijkbaar stadium bevindt of het bouwcontract is afgesloten en binnen een jaar nadien is aangevangen met de bouw.