BWBR0004943
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 20
Regeling Veerponten
1. In afwijking van de regelen van artikel 10.10, eerste lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluitmoeten vrijvarende veerponten die aan het voor- en achterschip zijn voorzien van volledig identieke voortstuwingsmiddelen en stuurinrichtingen, aan elk scheepseinde zijn voorzien van ten minste één anker.
2. In afwijking van de regelen van artikel 10.10, eerste lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluitmoeten niet-vrijvarende veerponten aan één der scheepseinden zijn voorzien van ten minste één anker.
3. In gevallen als genoemd in het eerste en tweede lid, moet het totale gewicht van de ankers aan een scheepseinde tenminste 0,75 P bedragen, waarbij de waarde P wordt vastgesteld overeenkomstig de regelen van artikel 10.10, tweede lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluit.
4. Daarbij moet elk anker zijn voorzien van een ankerketting, tros of kabel, waarvan de lengte en de breeksterkte worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen voor boegankerkettingen, trossen of kabels van artikel 7.01, tiende tot en met twaalfde lid, van bijlage II van het Binnenschepenbesluit.
Hierbij moet in de formule voor de waarde Pa het bepaalde theoretische gewicht van het betreffende anker worden genomen.
2. In afwijking van de regelen van artikel 10.10, eerste lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluitmoeten niet-vrijvarende veerponten aan één der scheepseinden zijn voorzien van ten minste één anker.
3. In gevallen als genoemd in het eerste en tweede lid, moet het totale gewicht van de ankers aan een scheepseinde tenminste 0,75 P bedragen, waarbij de waarde P wordt vastgesteld overeenkomstig de regelen van artikel 10.10, tweede lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluit.
4. Daarbij moet elk anker zijn voorzien van een ankerketting, tros of kabel, waarvan de lengte en de breeksterkte worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen voor boegankerkettingen, trossen of kabels van artikel 7.01, tiende tot en met twaalfde lid, van bijlage II van het Binnenschepenbesluit.
Hierbij moet in de formule voor de waarde Pa het bepaalde theoretische gewicht van het betreffende anker worden genomen.