BWBR0004943
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 23
Regeling Veerponten
1. In aanvulling op artikel 42 van het Binnenschepenbesluitzijn de artikelen 5, 6, 7, 8, 9, 13, 14, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en 20 van deze regelingniet van toepassing bij het onderzoek van bestaande schepen, mits voorzieningen zijn getroffen, die naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal voldoende waarborg bieden voor de veiligheid van het schip en opvarenden, dan wel naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal in overeenstemming met de bevoegde bedrijfstakdirecteur van de Arbeidsinspectie voldoende waarborg bieden voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid aan boord.
2. In aanvulling op artikel 42 van het Binnenschepenbesluitis artikel 4.01, eerste lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluitmet betrekking tot het bewijs van voldoende stabiliteit, en zijn de artikelen 10, 11en 12 van deze regelingniet van toepassing bij het onderzoek van bestaande schepen, met dien verstande dat het dek voldoende waterdicht is afgesloten en er bovendien naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal in overeenstemming met de bevoegde bedrijfstakdirecteur van de Arbeidsinspectie geen reden tot twijfel bestaat aan de stabiliteit van de beladen veerpont en dat de omstandigheden die op grond van de desbetreffende bestaande bepalingen van algemene politieverordeningen en provinciale verordeningen, van kracht zijnde tot het moment van inwerkingtreding van deze regeling, zijn aanvaard.
3. In aanvulling op artikel 44 van het Binnenschepenbesluitzijn de artikelen 14, vierde en zevende lid, 17, 18en 19 van deze regelinggedurende één jaar vanaf de datum van het eerste onderzoek niet van toepassing bij het onderzoek van bestaande schepen.
4. Bij het onderzoek van bestaande veerponten, die op 1 januari 1991 zijn ingericht voor het voeren van het schip door één persoon met behulp van radar, zijn de regelen van artikel 22van toepassing.
5. De regelen van artikel 11.03 van bijlage III van het Binnenschepenbesluitzijn van overeenkomstige toepassing op artikel 4.
6. De regelen van artikel 11.06 van bijlage III van het Binnenschepenbesluitzijn van overeenkomstige toepassing op artikel 15.
7. In afwijking van de regelen van artikel 11.06 van bijlage III van het Binnenschepenbesluitwordt bepaald dat op bestaande veerponten in de zones 3 en 4 de reddingmiddelen zoals voorgeschreven in artikel 8.03, eerste lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluiten in artikel 15, tweede lid, van deze regeling, voor ten minste 25% van het ten hoogste toegelaten aantal passagiers aan boord aanwezig moeten zijn.
2. In aanvulling op artikel 42 van het Binnenschepenbesluitis artikel 4.01, eerste lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluitmet betrekking tot het bewijs van voldoende stabiliteit, en zijn de artikelen 10, 11en 12 van deze regelingniet van toepassing bij het onderzoek van bestaande schepen, met dien verstande dat het dek voldoende waterdicht is afgesloten en er bovendien naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal in overeenstemming met de bevoegde bedrijfstakdirecteur van de Arbeidsinspectie geen reden tot twijfel bestaat aan de stabiliteit van de beladen veerpont en dat de omstandigheden die op grond van de desbetreffende bestaande bepalingen van algemene politieverordeningen en provinciale verordeningen, van kracht zijnde tot het moment van inwerkingtreding van deze regeling, zijn aanvaard.
3. In aanvulling op artikel 44 van het Binnenschepenbesluitzijn de artikelen 14, vierde en zevende lid, 17, 18en 19 van deze regelinggedurende één jaar vanaf de datum van het eerste onderzoek niet van toepassing bij het onderzoek van bestaande schepen.
4. Bij het onderzoek van bestaande veerponten, die op 1 januari 1991 zijn ingericht voor het voeren van het schip door één persoon met behulp van radar, zijn de regelen van artikel 22van toepassing.
5. De regelen van artikel 11.03 van bijlage III van het Binnenschepenbesluitzijn van overeenkomstige toepassing op artikel 4.
6. De regelen van artikel 11.06 van bijlage III van het Binnenschepenbesluitzijn van overeenkomstige toepassing op artikel 15.
7. In afwijking van de regelen van artikel 11.06 van bijlage III van het Binnenschepenbesluitwordt bepaald dat op bestaande veerponten in de zones 3 en 4 de reddingmiddelen zoals voorgeschreven in artikel 8.03, eerste lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluiten in artikel 15, tweede lid, van deze regeling, voor ten minste 25% van het ten hoogste toegelaten aantal passagiers aan boord aanwezig moeten zijn.