BWBR0004907
Geldig vanaf 1990-12-13
Artikel 3
Examenbesluit Wet op de architectentitel
1. In het eerste onderdeel van het examen legt de kandidaat aan de examencommissie drie door hem vervaardigde en onder zijn leiding uitgevoerde architectonische ontwerpen voor en licht deze mondeling toe.
2. Naar aanleiding van de voorgelegde en toegelichte ontwerpen onderzoekt de examencommissie of de kandidaat beschikt over:
a. het vermogen tot architectonische vormgeving die zowel aan esthetische als aan technische en functionele eisen voldoet, en
b. inzicht in de relatie tussen mensen en architectonische constructies en tussen architectonische constructies en hun omgeving, alsmede in de noodzaak om die constructies en de ruimten daartussen af te stemmen op menselijke behoeften en maatstaven.
2. Naar aanleiding van de voorgelegde en toegelichte ontwerpen onderzoekt de examencommissie of de kandidaat beschikt over:
a. het vermogen tot architectonische vormgeving die zowel aan esthetische als aan technische en functionele eisen voldoet, en
b. inzicht in de relatie tussen mensen en architectonische constructies en tussen architectonische constructies en hun omgeving, alsmede in de noodzaak om die constructies en de ruimten daartussen af te stemmen op menselijke behoeften en maatstaven.